Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Zaterdag 21 maart

Bijbeltekst(en)

36Daarop stuurde Hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem en vroegen: ‘Wilt U ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’ 37Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, 38de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, 39de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. 40Zoals het onkruid bijeengebracht wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: 41de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk al wat ten val brengt en al wie onrecht pleegt bijeenbrengen 42en in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. 43Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!

44Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde verkocht hij alles wat hij had en kocht die akker.

45Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. 46Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, verkocht hij alles wat hij had en kocht die parel.

47Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. 48Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. 49Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen eropuit trekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, 50en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden.

51Hebben jullie dit alles begrepen?’ ‘Ja,’ antwoordden ze. 52Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op de heer des huizes die uit zijn schatkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’

53Toen Jezus deze gelijkenissen beëindigd had, verliet Hij die plaats. 54Hij kwam aan in zijn vaderstad en gaf de inwoners onderricht in hun synagoge, zodat ze stomverbaasd waren en zeiden: ‘Hoe komt Hij aan die wijsheid en hoe kan Hij die wonderen doen? 55Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus, Josef, Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? 56En wonen zijn zussen niet allemaal bij ons? Waar heeft Hij dat alles dan vandaan?’ 57En ze namen aanstoot aan Hem. Maar Jezus zei tegen hen: ‘Een profeet wordt overal erkend behalve in zijn vaderstad en in zijn eigen familie.’ 58En Hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof.

Matteüs 13:36-58NBV21Open in de Bijbel

De gelijkenis over het goede zaad en het onkruid was zonder uitleg al best duidelijk, maar met uitleg is de gelijkenis misschien zelfs wel duidelijker dan we zouden willen. Mensen die in het vuur worden gegooid en daar vervolgens jammeren en knarsetanden – dat is geen prettig idee, ook al weten we natuurlijk zeker dat wij aan de goede kant staan. Toch?

Net als bij de oproep om je hand af te hakken als die je op de verkeerde weg brengt (Matteüs 5:30 en 18:8), kun je je afvragen of Jezus’ woorden hier helemaal letterlijk bedoeld zijn. Maar ze zijn in elk geval wel serieus bedoeld: Jezus’ luisteraars moeten heel goed beseffen dat hun keuze om wel of niet bij het koninkrijk te willen horen, grote gevolgen heeft.

Met de gelijkenissen die hierna volgen, onderstreept Jezus hoe mooi die keuze kan uitpakken: als een onverwachte schat of een kostbare parel.

Vraag: We praten tegenwoordig niet meer zo makkelijk over zonde, straf en hel. Vindt u dat een goede ontwikkeling, of juist niet? Waarom?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.16
Volg ons