Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Dinsdag 3 maart

Bijbeltekst(en)

Bergrede

1Toen Hij de mensenmassa zag, ging Hij de berg op. Daar ging Hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. 2Hij nam het woord en onderrichtte hen:

3‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

4Gelukkig de treurenden,

want zij zullen getroost worden.

5Gelukkig de zachtmoedigen,

want zij zullen de aarde bezitten.

6Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,

want zij zullen verzadigd worden.

7Gelukkig de barmhartigen,

want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

8Gelukkig wie zuiver van hart zijn,

want zij zullen God zien.

9Gelukkig de vredestichters,

want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

10Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

11Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. 12Verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

13Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout worden gemaakt? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.

14Jullie zijn het licht voor de wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15Je steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, je zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. 16Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, zodat zij jullie goede daden kunnen zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

Matteüs 5:1-16NBV21Open in de Bijbel

We zagen al eerder dat Matteüs het leven van Jezus steeds met de geschiedenis van Israël verbindt. In de Bergrede klinkt ook een belangrijk verhaal uit Israëls heilige boeken op de achtergrond mee: het doet denken aan hoe het volk Israël op de berg Sinai de wet kreeg van Mozes. Daarmee is de Bergrede dus niet zomaar een verzameling wijze woorden. Matteüs zegt hier dat het onderwijs van Jezus net zo belangrijk is als het onderwijs van Mozes. Hij stelt Jezus voor als een door God gestuurde wetgever: iemand met gezag die regels geeft voor een eerlijke, goede en mooie wereld. In die wereld – het koninkrijk van de hemel – gelden andere dingen als ‘echt geluk’ dan in de huidige wereld. Zo begint de Bergrede met beloftes en zegenspreuken tegelijk: ze laten iets zien van de toekomst van de mensen over wie ze gaan.

Vraag: Jezus noemt in zijn zegenspreuken allerlei groepen mensen. In welke groep herkent u zich het meest? Wat betekenen de woorden van Jezus daarmee voor u?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.16
Volg ons