Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Zaterdag 23 maart

Bijbeltekst(en)

Discussie over Jezus’ getuigenis

12Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ 13De farizeeën wierpen tegen: ‘Uw getuigenis is niet betrouwbaar, want U getuigt over uzelf.’ 14Maar Jezus ging verder: ‘Ook al getuig Ik over mijzelf, toch is mijn getuigenis betrouwbaar, omdat Ik weet waar Ik vandaan gekomen ben en waar Ik naartoe ga. Maar u weet niet waar Ik vandaan kom of waar Ik naartoe ga. 15U oordeelt met menselijke maatstaven, maar Ik oordeel over niemand. 16En wanneer Ik toch een oordeel vel, is mijn oordeel betrouwbaar, omdat Ik niet alleen ben, maar samen met de Vader, die Mij gezonden heeft. 17In uw wet staat geschreven dat het getuigenis van twee mensen betrouwbaar is. 18Wel, Ik getuig over mijzelf, en de Vader, die Mij gezonden heeft, getuigt over Mij.’ 19Toen vroegen ze: ‘Waar is uw vader dan?’ ‘U kent noch Mij, noch mijn Vader,’ antwoordde Jezus. ‘Als u Mij zou kennen zou u mijn Vader ook kennen.’ 20Dit zei Hij in de schatkamer van de tempel, waar Hij onderricht gaf. Niemand greep Hem, want zijn tijd was nog niet gekomen.

21Hij nam opnieuw het woord en zei: ‘Ik ga weg, en u zult Me zoeken. Maar u zult sterven vanwege uw zonde. Waar Ik naartoe ga, daar kunt u niet komen.’ 22De Joden zeiden: ‘Hij zal toch geen zelfmoord plegen, dat Hij zegt dat Hij ergens naartoe gaat waar wij niet kunnen komen?’ 23Jezus vervolgde: ‘U bent van beneden, Ik ben van boven; u hoort bij deze wereld, Ik hoor niet bij deze wereld. 24Ik heb tegen u gezegd dat u zult sterven vanwege uw zonden, want als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u inderdaad sterven vanwege uw zonden.’ 25‘Wie bent U dan?’ vroegen ze. Jezus zei: ‘Wat Ik vanaf het begin al tegen u gezegd heb. 26Ik zou veel tot uw veroordeling kunnen aanvoeren, maar wat Ik tegen de wereld zeg is wat Ik gehoord heb van Hem die Mij gezonden heeft, en Hij is betrouwbaar.’ 27De mensen begrepen niet dat Hij over de Vader sprak. 28‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt,’ ging Jezus verder, ‘dan zult u weten dat Ik het ben, en dat Ik niets uit mijzelf doe maar over deze dingen spreek zoals de Vader het Mij geleerd heeft. 29Hij die Mij gezonden heeft is bij Mij; Hij heeft Me niet alleen gelaten, omdat Ik altijd doe wat Hij wil.’

30Toen Hij deze dingen zei, kwamen velen tot geloof in Hem.

Johannes 8:12-30NBV21Open in de Bijbel

Jezus gaat weer in gesprek met de farizeeën, die willen weten wie hij nu precies is. Dit is, zoals inmiddels wel duidelijk is geworden, een van de belangrijkste vragen in het Johannesevangelie. Er worden verschillende antwoorden op gegeven. In dit gedeelte is dat antwoord: ‘Ik ben het licht voor de wereld.’ Dat Jezus het licht is, hebben we ook al gezien aan het begin van het evangelie. Ook daar speelt licht een belangrijke rol. Een ander antwoord op deze vraag volgt straks in hoofdstuk 10: ‘Ik ben de goede herder.’ In deze uitspraken zie je steeds weer de verbondenheid tussen Jezus en God, en tussen Jezus en mensen. Maar in plaats van dat Jezus’ woorden over zichzelf zorgen voor duidelijkheid of herkenning, zorgen ze bij de mensen om hem heen vooral voor verwarring.

Voelt u ook weleens verwarring als het gaat over Jezus?

Opdracht

Maak vandaag een mindmap over de vraag: Wie is Jezus voor mij? Zet zijn naam in het midden, en schrijf of teken daaromheen uw gedachten bij wie hij voor u is.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.1
Volg ons