Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Woensdag 20 maart

Bijbeltekst(en)

Jezus op het Loofhuttenfeest

1Daarna trok Jezus door Galilea; in Judea wilde Hij niet komen, omdat de Joden daar Hem wilden doden. 2Nu naderde het Joodse Loofhuttenfeest, 3en daarom spoorden Jezus’ broers Hem aan: ‘Blijf toch niet hier, ga naar Judea; dan zien ook je leerlingen het werk dat Je doet. 4Niemand doet toch iets in het geheim als hij bekend wil worden. Als Je dit soort dingen doet, laat je dan zien aan de wereld.’ 5Ook zijn broers geloofden namelijk niet in Hem. 6Maar Jezus zei: ‘Mijn tijd is nog niet gekomen, voor jullie is elke tijd goed. 7De wereld kan jullie niet haten, maar Mij haat ze wel, omdat Ik verklaar dat wat ze doet slecht is. 8Gaan jullie maar naar het feest; Ik ga niet, omdat mijn tijd nog niet is aangebroken.’ 9Dat zei Hij, en Hij bleef in Galilea.

10Maar toen zijn broers naar het feest vertrokken waren, ging Hij zelf ook, niet openlijk, maar in het geheim. 11Intussen keken de Joden op het feest al naar Hem uit en ze vroegen zich af waar Hij was. 12Overal werd over Hem gesproken: sommigen vonden dat Hij een goed mens was, anderen meenden dat Hij het volk misleidde. 13Maar uit angst voor de Joden durfde niemand openlijk over Hem te spreken.

14Toen het feest al halverwege was, ging Jezus naar de tempel en Hij gaf er onderricht. 15De Joden waren verbaasd: ‘Hoe weet Hij dat allemaal, terwijl Hij geen opleiding heeft gehad?’ 16Jezus zei: ‘Wat Ik onderwijs heb Ik niet van mijzelf, maar van Hem die Mij gezonden heeft. 17Wie ernaar streeft te doen wat God wil, zal weten of mijn leer van God komt of dat Ik namens mezelf spreek. 18Wie namens zichzelf spreekt, is uit op zijn eigen eer, maar wie uit is op de eer van wie hem gezonden heeft is betrouwbaar; hij bedriegt niemand. 19U hebt van Mozes toch de wet gekregen? Maar niemand houdt zich aan de wet. Waarom wilt u Mij doden?’ 20‘U bent bezeten!’ riepen de mensen. ‘Wie wil U dan doden?’ 21Jezus antwoordde: ‘Eén ding heb Ik gedaan, en u staat allemaal versteld. 22Nu heeft Mozes u de besnijdenis gegeven – niet dat die van Mozes komt, ze komt van de aartsvaders – en u besnijdt ook op sabbat. 23Als er op sabbat besneden wordt omdat anders de wet van Mozes wordt ondermijnd, waarom bent u dan kwaad wanneer Ik op sabbat iemand volledig genees? 24Ga in uw oordeel niet op de schijn af, maar laat uw oordeel rechtvaardig zijn.’

Johannes 7:1-24NBV21Open in de Bijbel

Tijdens het Loofhuttenfeest gaat Jezus in het geheim naar Jeruzalem. Opvallend genoeg houdt hij zich daarna toch niet stil. Hij gaat juist naar de drukste plek van de stad, de tempel. Daar geeft hij les. We horen niet waarover Jezus lesgeeft, maar wel dat de mensen onder de indruk zijn van zijn woorden. Tegelijkertijd zijn ze een beetje achterdochtig: Jezus heeft geen officiële opleiding gehad – hoe betrouwbaar kan zijn onderwijs dan zijn? Volgens Jezus is het antwoord op die vraag niet zo moeilijk: hij geeft niet zijn eigen lessen door, maar die van God de Vader. Wie God kent en volgens zijn wil probeert te leven, zal ontdekken dat de boodschap van Jezus van God de Vader komt. Maar wie God niet kent en alleen maar letterlijk kijkt naar wat er in de wet staat, zal, ironisch genoeg, denken dat Jezus door zijn woorden spot met God.

Wat is volgens u de verhouding tussen ‘wat God wil’ (vers 17) en ‘de wet’ (vers 19)?

Opdracht

Jezus botst regelmatig met de tradities en de cultuur van zijn omgeving. Loop vandaag eens door uw woonplaats. Welke tradities of uitingen van cultuur komt u tegen? En wat hebben die te maken met ‘wat God wil’?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.15
Volg ons