Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Donderdag 28 maart

Bijbeltekst(en)

1Werkelijk, Ik verzeker u, wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. 2Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. 3Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. 4Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. 5Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’

6Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde. 7Daarom vervolgde Hij: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, Ik ben de deur voor de schapen. 8Zij die vóór Mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar naar hen hebben de schapen niet geluisterd. 9Ik ben de deur: wanneer iemand door Mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. 10Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.

11Ik ben de goede herder. Een goede herder is bereid zijn leven te geven voor de schapen. 12Een ingehuurde knecht, iemand die geen herder is en niet de eigenaar van de schapen, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; 13de man is maar ingehuurd en de schapen kunnen hem niets schelen. 14Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen Mij, 15zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen. 16Maar Ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder. 17De Vader heeft Mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. 18Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik heb de macht om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.’

19Opnieuw ontstond er verdeeldheid onder de Joden om wat Hij zei. 20Veel mensen zeiden: ‘Hij is bezeten, Hij is gek. Waarom luisteren jullie nog naar Hem?’ 21Maar anderen zeiden: ‘Dit zijn niet de woorden van iemand die bezeten is. Een demon kan de ogen van blinden toch niet openen?’

Johannes 10:1-21NBV21Open in de Bijbel

In de Bijbeltekst van vandaag staan twee ‘Ik ben’-uitspraken centraal: ‘Ik ben de goede herder’ en ‘Ik ben de deur voor de schapen’. Beide beelden komen ook voor in het Oude Testament. Het volk Israël wordt daarin vaak vergeleken met een kudde schapen. Met de (goede) herder wordt in het Oude Testament God bedoeld of de koning uit het geslacht van David die door God gezonden wordt. Neem bijvoorbeeld het boek Micha. In Micha 2:12-13 lees je hoe God het volk weer bij elkaar brengt nadat het uit elkaar is gedreven. En in Micha 5:1-5 droomt de profeet van een messiaanse koning, die hij beschrijft als een herder. Door de macht van deze koning kan het volk veilig wonen. Als Jezus zichzelf ‘herder’ en ‘deur’ noemt, betrekt hij de gedachten die deze beelden bij zijn toehoorders oproepen, dus op zichzelf: hij geeft goede zorg, veiligheid en bescherming.

Wat hebt u nodig om zich echt veilig te voelen?

Opdracht

Zoek via deBijbel.nl/40dagen40vragen/dag20 informatie over herders en schapen in de tijd van de Bijbel op.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.1
Volg ons