14De grote dag van de HEER is nabij,
hij is nabij en komt zeer snel.
Hoor! De dag van de HEER!
Zelfs de dappersten schreeuwen het uit!
15Die dag zal een dag zijn van razernij,
een dag van angst en benauwdheid,
een dag van verderf en verwoesting,
een dag van duisternis en donkerte,
een dag van dreigende, donkere wolken,
16een dag van hoorngeschal en krijgsgeschreeuw
tegen de vestingsteden en hun hoge torens.
17Ik zal de mensen angst aanjagen,
ze zullen rondlopen als blinden,
want ze hebben tegen de HEER gezondigd.
Hun bloed wordt vergoten als was het maar stof,
hun vlees zal tot straatvuil vergaan.
18Goud noch zilver kan hen redden
als de toorn van de HEER hen treft,
als het vuur van zijn woede heel de aarde verteert
en Hij al haar bewoners een gruwelijk einde bereidt.