Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

1.6 De triomf van Mordechai

Bijbeltekst(en)

11Haman haalde het gewaad en het paard, hing Mordechai het gewaad om en liet hem over het stadsplein rijden. En terwijl hij voor hem uit ging, riep hij: ‘Dit valt eenieder ten deel aan wie de koning eer wil bewijzen!’

Ester 6:11NBV21Open in de Bijbel

Prent
In deze scène is Haman gedwongen de Jood Mordechai, die hij in het geheim verafschuwt, bij wijze van eerbetoon in een triomftocht in koninklijke kleren door de stad te leiden. De emotionele dramatiek van deze situatie lijkt hier niet op de voorgrond te staan; eerder is hier de technische uitvoering van belang. Naast heel lichte partijen waarin alleen schetsmatig de contouren van de personen, hun kleding en gezichten zijn aangegeven, zijn er ook heel donkere partijen. Dat contrast zorgt voor dieptewerking. Het verschil komt tot stand doordat Rembrandt hier twee technieken met elkaar verbindt. In een eerste stap is de voorstelling geëtst. Daarvoor wordt in een waslaag op een koperplaat getekend. De uit het was gehaalde lijnen worden in een zuurbad in het onderliggende metaal geëtst. In een tweede stap heeft Rembrandt de oppervlakte met een droge naald bewerkt, waardoor lijnen direct in het metaal worden gekrast, die daardoor een braam vormen. Dit opstaande randje, dat weliswaar heel kwetsbaar is, houdt inkt vast en zorgt zo voor fluwelige schaduwen in de afdruk. Voor het eerst past Rembrandt hier deze combinatie van technieken toe, op meesterlijke wijze. Het verrast dan ook niet dat hij als motief hiervoor een voorbeeld van zijn leermeester Lastman gebruikt, die wederom een prent van Lucas van Leyden tot voorbeeld had genomen. Iedere meester laat zien dat hij nog beter is dan zijn voorgangers.

Bijbel
Het boek Ester vertelt over de gelijknamige heldin die haar Joodse volksgenoten redt van een genocide. Daarbij is de figuur Haman de antagonist tegen wie ze het opneemt. Haman is net gepromoveerd naar een hoge positie in de regering van koning Ahasveros. Alle functionarissen in het hof vallen voor hem op de knieën en buigen zich voor hem neer. Iedereen, behalve de Jood Mordechai: hij blijft staan. Dit tot ergernis van Haman, die Mordechai vanaf dan uit de weg wil ruimen. Maar niet alleen Mordechai: hij heeft de totale vernietiging van de Joodse ballingen voor ogen.
Het opvallende van het boek Ester is dat de naam van God er niet in voorkomt. Dit heeft voor discussies gezorgd onder rabbijnen en kerkvaders over of het wel of niet opgenomen moest worden in de Bijbel. Wat vaak aangedragen wordt als argument om het toch op te nemen, is het gegeven dat het boek Ester duidelijk maakt dat God op de achtergrond, in het verborgene, aan het werk is. Dit zorgt ervoor dat op het eerste oog toevallige gebeurtenissen wellicht toch meer te betekenen hebben.
Het verhaal over de triomf van Mordechai begint ook op die manier: de koning die toevallig (?) niet kan slapen en op het spoor van Mordechai komt. Hij laat zich voorlezen uit de geschiedenisboeken van het Perzische Rijk (de toenmalige wereldmacht). De Perzen besteedden veel zorg aan het bewaren op schrift van hun heldendaden. Er zijn duizenden kleitabletten gevonden waarop dergelijke gebeurtenissen staan beschreven. Dat de koning juist door het luisteren hiernaar de slaap denkt te kunnen vatten, is een van de vele ironische momenten in het boek Ester. ‘Toevallig’ wordt ook het verhaal over een geplande aanslag op de koning voorgelezen, die Mordechai verijdeld heeft, zonder ervoor beloond te zijn. De koning wil dat nu alsnog inhalen. Hij laat Haman bij zich komen en vraagt wat er gedaan moet worden als de koning iemand eer wil bewijzen. Haman denkt dat dit voor hemzelf is en beschrijft een tafereel dat overeenkomt met een troonopvolging: de opvolger van een koning mocht een kledingstuk aantrekken dat zijn voorganger had gedragen, als teken van machtsovername. En net als Haman denkt te horen dat dit voor hem georganiseerd wordt, geeft de koning opdracht om dit voor Mordechai te regelen. En zo moet Haman, die het liefst alle Joden uit de weg wil ruimen, nu ineens eer aan hen bewijzen. Een grotere ironie is haast niet denkbaar.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons