Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

1/14 - Goed geordend

scheiding tussen licht en donker

Bijbeltekst(en)

Genesis 1

De schepping van hemel en aarde

1In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2De aarde was woest en doods, duisternis lag over de oervloed, en over het water zweefde Gods geest.

3God zei: ‘Laat er licht zijn,’ en er was licht. 4God zag dat het licht goed was, en Hij scheidde het licht van de duisternis; 5het licht noemde Hij dag, de duisternis noemde Hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

6God zei: ‘Laat er midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ 7God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Zo gebeurde het. 8Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.

9God zei: ‘Laat het water onder de hemel naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. 10Het droge noemde Hij aarde, het samengestroomde water noemde Hij zee. En God zag dat het goed was.

11God zei: ‘Laat overal op aarde jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en alle soorten bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. 12De aarde bracht jong groen voort: alle soorten zaadvormende planten en alle soorten bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. 13Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.

14God zei: ‘Laten er lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten dienen als tekens die de feesten aangeven en de dagen en de jaren, 15en als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. 16God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. 17Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, 18om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. 19Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.

Genesis 1:1-19NBV21Open in de Bijbel

In Genesis 1 lezen we over de schepping van hemel en aarde. God sprak, het gebeurde en Hij zag dat het goed was. Zijn weloverwogen handelen is terug te zien in de opbouw van deze Bijbeltekst. Een woordje dat hierbij steeds terugkomt, is ‘scheiden’: God scheidt het licht van de duisternis (vers 5), het water onder het gewelf van het water erboven (vers 8), het droge land van het water daaronder (vers 9 en 10). Wat God geschapen heeft, krijgt vervolgens een naam en een duidelijke functie.

God sprak, het gebeurde en Hij zag dat het goed was. Deze uitspraken benadrukken de macht van de Schepper. De zon, de maan en de sterren markeren de scheiding die God geschapen heeft. Zichtbaar en voelbaar voor de hele schepping.

Misschien heb je op vakantie wel een keer de kans om naar de sterrenhemel te kijken zonder allerlei lichtvervuiling van steden en snelwegen. De scheiding tussen licht en donker wordt dan duidelijk zichtbaar.

Wat doet het met je als je hier een poosje naar kijkt met de tekst van Genesis 1 in je achterhoofd?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.41.0
Volg ons