Licht
Het verlicht onze weg, onthult wat verborgen is en wijst vooruit naar Gods nieuwe wereld.


Licht. Vanaf het allereerste begin van de Bijbel speelt het een hoofdrol. Nog voordat er mensen waren, nog voordat er dag en nacht bestonden, klonk Gods stem: ‘Er moet licht komen.’ En er was licht. Vanaf dat moment vormt licht een rode draad door heel de Bijbel – een symbool van Gods aanwezigheid, zijn leiding, zijn trouw en zijn redding. Waar licht is, daar wijkt de duisternis.
In dit leesplan volg je veertien dagen lang het spoor van dat licht. Te beginnen bij de schepping, waar God het licht scheidt van de duisternis en orde brengt in de chaos. Je leest over het eeuwige licht in de ontmoetingstent, dat Gods blijvende trouw symboliseert, en over de priesterzegen waarin het ‘licht van Gods gelaat’ over zijn volk schijnt. In de Psalmen wordt God bezongen als Degene die het licht als een mantel draagt, en zijn Woord als een lamp op ons pad geeft.
De profeten, zoals Jesaja en Daniël, spreken hoopvolle woorden over een toekomst waarin Gods licht nooit meer zal doven – zelfs niet wanneer het leven donker lijkt. In het Nieuwe Testament krijgt dit licht een gezicht: Jezus Christus. Hij noemt zichzelf het licht voor de wereld en nodigt ons uit om dat licht te volgen, te weerspiegelen en door te geven.
Door deze veertien dagen heen ontdek je dat licht niet alleen iets is dat schijnt, maar ook iets dat leeft – in ons, door ons en om ons heen. Het verlicht onze weg, onthult wat verborgen is en wijst vooruit naar Gods nieuwe wereld, waar geen nacht meer zal zijn en Hij zelf het eeuwige licht zal zijn.
Laat dit leesplan je helpen om dat licht te zien, te ontvangen en door te geven.
