2/8 David


Bijbeltekst(en)
1 Samuel 16
Romeinen 12
David is een jonge schaapherder die door God wordt uitgekozen om koning te worden. Hoe kan hij koning zijn? Door de Geest van God. Die helpt mensen bij hun bijzondere taak. Als teken daarvan worden koningen in de Bijbel gezalfd. De zalving betekent dat de Geest van God talenten geeft om je taak uit te voeren. Ook priesters werden gezalfd voordat ze aan hun taak begonnen (bijvoorbeeld Lev. 8:12).
In het Nieuwe Testament zie je dit thema terugkomen. Alleen is de werking van de Geest dan niet meer alleen voor de leiders van het volk, maar voor iedereen. In 1 Petrus 2:9 staat hierover dat de kerk bestaat uit een koninkrijk van priesters. We zijn allemaal koningen en priesters die gezalfd zijn door de Geest van God.
Alle gelovigen hebben Gods aanwezigheid, die hen helpt om hun taken uit te voeren. De Bijbel noemt dat de gaven van de Geest (Rom. 12:6-8). Deze gaven zijn soms natuurlijk, zoals het geven van leiding en het maken van muziek. De Bijbel heeft het ook over bovennatuurlijke gaven, zoals profetie of de gave van genezing. Voor elke gave geldt dat de Geest die geeft om het volk van God te laten groeien, net zoals bij David.
Welke gaven heb jij van God gekregen?
Hoe gebruik jij de gaven die jij gekregen hebt?
