Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Zelfverdediging | 14/17

Bijbeltekst(en)

De vijanden verslagen

1De dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar, brak aan, de dag waarop het bevel en de wet van de koning zouden worden uitgevoerd, de dag waarop de vijanden van de Joden hen in hun macht hoopten te krijgen. Maar het omgekeerde gebeurde: het waren juist de Joden die hun belagers in hun macht kregen. 2Die dag sloten de Joden zich in alle steden aaneen, in alle provincies van koning Ahasveros, om hen die op hun ondergang uit waren om het leven te brengen. Niemand hield stand tegen de Joden, want angst voor hen had zich van alle volken meester gemaakt. 3De hoofden van alle provincies, de satrapen, de gouverneurs en de koninklijke ambtenaren steunden de Joden uit angst voor Mordechai. 4Mordechai had immers een hoge positie in het paleis en zijn faam verbreidde zich over alle provincies; hij werd hoe langer hoe machtiger. 5De Joden sloegen met het zwaard op al hun vijanden in en zaaiden dood en verderf, ze deden met hun belagers wat ze wilden. 6In de burcht van Susa doodden ze niet minder dan vijfhonderd man. 7Ook doodden ze Parsandata, Dalfon en Aspata, 8Porata, Adalja en Aridata, 9Parmasta, Arisai en Aridai en Waizata, 10de tien zonen van Haman, de zoon van Hammedata, de vijand van de Joden. Maar hun bezittingen raakten ze met geen vinger aan.

11Toen de koning die dag vernam hoeveel mensen er in de burcht van Susa gedood waren, 12zei hij tegen koningin Ester: ‘Alleen al in de burcht van Susa hebben de Joden vijfhonderd man gedood, ook de tien zonen van Haman. Hoeveel tegenstanders zullen ze dan wel niet hebben gedood in de andere provincies van mijn rijk! Wat wilt u verder nog vragen? Het zal u gegeven worden. Wat is uw wens? Hij zal vervuld worden.’ 13Ester antwoordde: ‘Als het de koning goeddunkt, laat hij de Joden in Susa dan toestemming geven om ook morgen te handelen volgens de wet die voor vandaag geldt. En laat de lijken van Hamans tien zonen aan een paal gehangen worden.’ 14De koning gaf bevel dat het zo zou gebeuren. Er werd in Susa een wet uitgevaardigd, en ook werden de tien zonen van Haman opgehangen. 15De Joden in Susa sloten zich dus ook op de veertiende dag van de maand adar aaneen en ze doodden in Susa nog eens driehonderd man. Maar hun bezittingen raakten ze met geen vinger aan.

Ester 9:1-15NBV21Open in de Bijbel

Het verhaal van vandaag kan voor een moderne lezer nogal hard overkomen. Alleen al in Susa worden honderden mensen gedood, en de lijken van Haman en de zijnen worden tentoongesteld. Het kan helpen om het verhaal in de context van de geschiedenis en van de rest van het Oude Testament te plaatsen. In de tijd van de auteur werd het joodse volk al eeuwenlang onderdrukt. Hun ‘belagers’ en ‘vijanden’ waren geen hersenspinsels, maar vormden een echte bedreiging. De joden droomden van een moment waarop de rollen zouden worden omgedraaid, zoals God in teksten als Deuteronomium 2:25 en 11:25 belooft. Het boek Ester kun je lezen als zo’n droom, waarin het kwaad een keer niet overwint.  

Wat vind je van deze uitleg? 

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.16
Volg ons