Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Tekst … 

Bijbeltekst(en)

24Toen ging Daniël naar Arjoch, die van de koning opdracht had gekregen de wijzen van Babylonië ter dood te brengen. Hij zei tegen hem: ‘Breng de wijzen van Babylonië niet ter dood. Leid mij voor de koning. Ik zal de droom van de koning duiden.’ 25Arjoch leidde Daniël zo snel hij kon voor de koning en zei tegen hem: ‘Ik heb onder de Judese ballingen iemand gevonden die de droom van de koning kan uitleggen.’ 26De koning vroeg Daniël, die ook Beltesassar genoemd werd: ‘Kunt u me werkelijk vertellen wat ik heb gedroomd en wat die droom betekent?’ 27Daniël antwoordde de koning: ‘Wijzen, bezweerders, magiërs noch waarzeggers kunnen het mysterie dat de koning wil begrijpen aan hem onthullen. 28Maar er is een God in de hemel die mysteries onthult. Hij heeft koning Nebukadnessar laten weten wat er aan het einde van de tijd zal gebeuren. De droom en de visioenen die tijdens uw slaap in u opkwamen, waren deze: 29Tijdens uw slaap, majesteit, kwamen gedachten bij u op over wat er in de toekomst gebeuren zal; Hij die mysteries onthult, heeft u laten weten wat de toekomst zal brengen. 30Dit mysterie is mij onthuld, niet door enige wijsheid die ik op alle levenden voor zou hebben, maar opdat ik de uitleg aan de koning zou overbrengen en u zou begrijpen wat er in uw hart omgaat. 31U, majesteit, hebt een visioen gehad. U zag een groot beeld. Dat beeld was reusachtig en bezat een prachtige glans. Het stond voor u en de aanblik ervan was afschrikwekkend. 32Het hoofd van het beeld was van zuiver goud, zijn borst en armen waren van zilver, zijn buik en heupen van brons, 33zijn benen van ijzer, zijn voeten deels van ijzer, deels van leem. 34U zag hoe een steen losraakte, zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam, hoe de steen tegen de ijzeren en lemen voeten van het beeld sloeg en ze verbrijzelde. 35Op hetzelfde ogenblik verpulverden het ijzer, leem, brons, zilver en goud. Het werd als kaf op een dorsvloer in de zomer; de wind voerde het mee, totdat er geen spoor meer van te vinden was. Maar de steen die tegen het beeld was geslagen, werd een hoge berg die de hele aarde bedekte.

Daniël 2:24-35NBV21Open in de Bijbel

Daniël wil niet alleen zichzelf redden, maar al zijn collega’s. Eerst vertelt hij de commandant de wijze mannen niet te doden. Daarna gaat Daniël naar de koning. Hij begint niet meteen met de uitleg. Daniël laat de koning allereerst weten dat zijn verzoek – om te vertellen wat de droom is – niet realistisch is. Daarmee springt Daniël voor al zijn collega’s in de bres. Dan vertelt hij wie de werkelijke bron is van alle wijsheid: zijn God. En in vers 30 benadrukt Daniël nog een keer: hij is niet wijzer dan alle anderen, maar God geeft hem inzicht om de koning te helpen.

Heb jij het wel eens voor iemand anders opgenomen? Hoe liep dat af?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.16
Volg ons