Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

De een na de ander 

Bijbeltekst(en)

13Opnieuw brengt de koning van het Noorden een menigte op de been, groter nog dan de eerste. Na enige jaren trekt hij op met een groot leger, dat geweldig is toegerust. 14In die tijd komen velen tegen de koning van het Zuiden in opstand; wettelozen uit je eigen volk komen in verzet om een visioen te verwerkelijken, maar zij komen ten val. 15De koning van het Noorden zal optrekken, een bestormingsdam opwerpen en een versterkte stad innemen. De strijdkrachten van het Zuiden kunnen geen stand houden, zelfs hun keurtroepen slagen er niet in weerstand te bieden. 16De aanvaller doet wat hij wil, er is niemand die tegen hem standhoudt. Zo vestigt hij zich ook in het Sieraadland, waar hij verderf zal zaaien. 17Hij neemt zich voor nog verder op te trekken en spreekt daarvoor de hele kracht van zijn koninkrijk aan. Om het rijk van zijn vijand te gronde te richten treft hij een vergelijk met hem en geeft hem een dochter tot vrouw. Maar zijn opzet mislukt en het baat hem niet. 18Dan laat hij zijn oog vallen op de kustlanden en verovert er vele, maar een bevelhebber maakt een einde aan zijn hoogmoedig optreden zonder dat dit vergolden kan worden. 19Daarna keert hij zich tegen de vestingen van zijn eigen land, maar hij komt ten val en verdwijnt. 20In zijn plaats staat een heerser op die er iemand op uit stuurt om schatting te innen tot meerdere eer van het koninkrijk, maar hij wordt binnen enkele dagen gebroken, al is het niet door toorn of strijd.

21In zijn plaats staat een verachtelijk man op, aan wie geen koninklijke waardigheid is verleend. Hij komt uit het niets en weet het koningschap door sluwheid te verwerven. 22Binnenvallende strijdkrachten worden door hem overrompeld en gebroken, zo ook een vorst van het verbond. 23Wie zich met hem verbindt, wordt door hem bedrogen. Zo werkt hij zich omhoog en wordt hij machtig, al heeft hij maar weinig aanhangers. 24Onverhoeds komt hij in de vruchtbaarste delen van de provincie en doet wat geen van zijn voorouders ooit heeft gedaan: roofgoed, buit en rijkdom strooit hij voor zijn aanhangers uit. Ook tegen versterkte plaatsen smeedt hij plannen, maar dat duurt slechts korte tijd.

Daniël 11:13-24NBV21Open in de Bijbel

Het gaat van kwaad tot erger. Hiervoor werd in Daniël 11:3 nog een koning moedig genoemd, nu is er geen goedheid meer over bij de koningen. De een gebruikt zijn macht om andere landen te veroveren. Een andere koning laat hoge belastingen betalen om zijn koninkrijk beroemd te maken. En de laatste koning is gewoonweg verachtelijk in zijn zucht naar macht. Macht kan iets moois zijn, maar is ook gevaarlijk.

De koning in vers 16 verovert het mooiste land (Sieraadland in de NBV), maar verwoest alles. Onze aarde is ook prachtig; toch wordt er ook heel veel verwoest. Wat doe jij om de aarde mooi te houden?

 

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons