Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Afgeschreven 

Bijbeltekst(en)

13Vervolgens werd Daniël voor de koning geleid. De koning zei tegen hem: ‘Dus u bent Daniël, een van de Judese ballingen die de koning, mijn vader, uit Juda heeft weggevoerd? 14Ik heb gehoord dat de geest van de goden in u woont, en dat u over veel verstand, inzicht en wijsheid beschikt. 15De wijzen en bezweerders zijn bij mij gebracht om deze tekens te lezen en mij te vertellen wat er staat. Maar zij kunnen mij niet zeggen wat de woorden betekenen. 16Ik heb over u gehoord dat u duidingen kunt geven en knopen ontwarren. Welnu, als u de tekens kunt lezen en mij kunt zeggen wat er staat, zult u in purper gekleed worden, een gouden keten om uw hals dragen en als derde in rang over het koninkrijk regeren.’

17Daniël antwoordde de koning: ‘U mag uw kostbare geschenken houden, of ze aan een ander geven. Maar ik zal de tekens voor de koning lezen en hem zeggen wat er staat. 18Majesteit, uw vader Nebukadnessar heeft van God, de Allerhoogste, koninklijke macht, aanzien, eer en majesteit gekregen, 19en vanwege zijn van God gegeven grootheid beefden alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, van ontzag voor hem. Hij doodde wie hij wilde en liet leven wie hij wilde. Hij verhief wie hij wilde en vernederde wie hij wilde. 20Maar toen hij hooghartig en overmoedig werd, is hij van zijn koningstroon gestoten en is zijn eer hem ontnomen. 21Hij werd door de mensen verstoten, hij kreeg het hart van een dier en hij leefde onder de wilde ezels. Hij at gras als de runderen en zijn lichaam werd vochtig van de dauw van de hemel, totdat hij erkende dat God, de Allerhoogste, boven het koningschap van de mensen staat en dat Hij alleen bepaalt aan wie Hij het verleent. 22En hoewel u dit alles wist, bent u, zijn zoon Belsassar, niet nederig gebleven. 23U hebt uzelf boven de Heer van de hemel verheven. U hebt de bekers laten halen die uit zijn tempel afkomstig zijn, en u en uw machthebbers, uw hoofdvrouwen en bijvrouwen, hebben er wijn uit gedronken. U hebt uw goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen geprezen, goden die niets zien of horen of weten. Maar de God die beschikt over uw levensadem en die al uw doen en laten bepaalt, hebt u niet verheerlijkt. 24Daarom heeft Hij die hand gezonden en de tekens laten opschrijven. 25Dit is wat er geschreven staat: Menee, menee, tekeel en parsien. 26En dit is wat die woorden betekenen: menee – God heeft de dagen van uw koningschap geteld en er een einde aan gemaakt; 27tekeel – u bent gewogen en te licht bevonden; 28perees – uw koninkrijk is verdeeld en aan de Meden en de Perzen gegeven.’

29Toen gaf Belsassar bevel Daniël in purper te kleden en hem een gouden keten om de hals te hangen, en hij liet afkondigen dat Daniël als derde in rang zou regeren over het koninkrijk. 30Diezelfde nacht werd Belsassar, de koning van de Chaldeeën, gedood.

1Darius de Mediër verkreeg het koningschap; hij was toen tweeënzestig jaar.
Daniël 5:13-6:1NBV21Open in de Bijbel

Je kunt op meerdere manieren naar iemand kijken. Hiervoor loofde de koningin Daniël als wijze man. Koning Belsassar noemt Daniël nu ‘een van de gevangenen uit Juda’.
Ook de tekst op de muur heeft een dubbele betekenis. Daniël legt uit wat het betekent. Er staat in het Aramees: menee, tekeel en oefarsien – dit zijn verschillende geldstukken. De woorden betekenen ook: ‘geteld, gewogen en verdeeld’. Dit is de manier waarop God naar de koning kijkt: de dagen van zijn heerschappij zijn geteld en komen tot een eind. Hij is gewogen en veroordeeld, en het rijk zal worden verdeeld.

Naar wie in jouw omgeving zou je ook met een andere blik kunnen kijken? Hoe dan?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.20.15
Volg ons