Mozes vraagt materiaal voor de tent
4Daarna zei Mozes tegen alle Israëlieten: ‘De Heer wil 5dat jullie geschenken aan hem geven. Iedereen die dat wil, kan een geschenk voor de Heer bij mij brengen.
Jullie kunnen goud, zilver en koper brengen. 6Ook blauwe, paarse en rode stof, linnen en geitenwol. 7Breng verder rood en zwart leer, en acaciahout. 8Ook olie voor de olielampen, en kruiden voor het maken van geurige olie en wierook. 9Breng ten slotte edelstenen om de kleding voor de priesters mee te versieren.
Mozes zegt wat er gemaakt moet worden
10De Heer heeft opdracht gegeven om een heilige tent voor hem te maken, met alle dingen die daarbij horen. Ik wil daarom dat alle goede vakmensen bij mij komen.
11Zij moeten de tent maken, en de kleden om over de tent heen te leggen. Ze moeten ook alle haken, planken, dwarsbalken, palen en voetstukken maken. 12En de heilige kist met de stokken om de kist te dragen, en ook het deksel, en het gordijn dat voor de kist moet hangen.
13Ze moeten de tafel maken met de stokken om de tafel te dragen, en alles wat bij de tafel hoort, en het offerbrood. 14Ook de kandelaar met alles wat erbij hoort, en de olielampen en de olie.
15Verder moeten ze het altaar voor de wierook maken, en de stokken om het altaar te dragen. Ook de heilige olie en de wierook, en het gordijn voor de ingang van de tent.
16Ze moeten het grote altaar maken, en de stokken om het altaar te dragen. Ook het bronzen hek om het altaar en alles wat bij het altaar hoort, en de waterbak met het onderstel.
17Ook moeten ze de schermen maken die om de tent komen te staan, op het plein. En de palen, de voetstukken, het gordijn voor de ingang, 18en alle pinnen en touwen voor de tent en de schermen.
19Ten slotte moeten ze de kleding maken voor Aäron en zijn zonen, die als priester in de tent gaan werken.’