1Jullie weten dat ik in de gevangenis zit omdat ik de Heer dien. Vanuit de gevangenis vraag ik jullie om te leven op een manier die bij christenen past.
God heeft jullie uitgekozen. 2Denk daarom niet aan jezelf, maar wees altijd vriendelijk en geduldig. Verdraag elkaars fouten, en houd van elkaar. 3De heilige Geest heeft ervoor gezorgd dat jullie een eenheid zijn. Doe je uiterste best om die eenheid te bewaren, door in vrede met elkaar te leven.
4Leef met elkaar alsof jullie één lichaam zijn, met één geest. Want jullie zijn allemaal door God uitgekozen om gered te worden. Daar vertrouwen jullie op. 5Jullie hebben dezelfde Heer, hetzelfde geloof, dezelfde doop. 6En jullie hebben dezelfde God, de Vader van alle mensen. Hij is belangrijker dan alles en iedereen, hij geeft leven aan alles en iedereen, hij is aanwezig in alles en iedereen.
De kerk heeft dienaren gekregen
7Christus heeft ons allemaal een geschenk gegeven dat bij ons past. Zo goed is hij voor ons. 8Daarom staat er in de heilige boeken over Christus: «Toen hij omhoogging naar de hemel, nam hij de kwade machten met zich mee als gevangenen. En hij gaf geschenken aan de mensen.»
9Er staat dus dat Christus omhoog is gegaan. Dat betekent dat hij eerst naar beneden gekomen is, naar de aarde. 10Christus is degene die naar beneden is gekomen. En hij is degene die omhoog is gegaan. Hoger dan de hoogste hemel, zodat hij over alles kan heersen.