Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Gods engel en het volk - Rechters 2:1-12

Select a Bible translation for this reading plan:

Bijbeltekst(en)

Rechters 2

Het volk is ontrouw aan God

Een engel spreekt tegen het volk

1Een engel van de Heer ging van de stad Gilgal naar de plaats Bochim. Daar zei hij namens de Heer tegen de Israëlieten: ‘Ik heb jullie uit Egypte gehaald. En ik heb jullie naar dit land gebracht, zoals ik aan jullie voorouders beloofd had.

Ik heb toen gezegd: ‘Ik zal mij altijd houden aan mijn belofte. 2Maar jullie mogen geen vrede sluiten met de mensen die in dit land wonen. En jullie moeten hun altaren afbreken.’ Maar waarom hebben jullie niet naar mij geluisterd?

3Ik heb toen ook gezegd: ‘Ik zal de bewoners van dit land niet voor jullie wegjagen. En zij zullen jullie verleiden om hun goden te gaan vereren. En dan zal het helemaal verkeerd met jullie aflopen.’’

4Toen de engel van de Heer uitgesproken was, begonnen alle Israëlieten hard te huilen. 5Ze noemden die plaats Bochim en brachten er offers aan de Heer.

Vroeger was het volk trouw

6-9Toen Jozua, de zoon van Nun, nog leefde, waren de Israëlieten trouw aan de Heer. De stammen van Israël gingen naar de gebieden die voor hen bestemd waren, en ze namen die gebieden in bezit.

Toen Jozua, de dienaar van de Heer, 110 jaar oud was, stierf hij. Hij werd begraven in Timnat-Serach, in het gebied dat aan hem gegeven was. Dat lag in het bergland van Efraïm, ten noorden van de berg Gaäs.

Na de dood van Jozua werd het volk geleid door mannen die Jozua nog gekend hadden. Zij hadden alle geweldige dingen meegemaakt die de Heer voor Israël gedaan had. Ook toen zij de leiding hadden, bleven de Israëlieten trouw aan de Heer.

Later werd het volk ontrouw

10Maar toen de oude leiders allemaal gestorven waren, kregen andere mensen de leiding over het volk. Zij kenden de Heer niet. Ze wisten niet wat hij allemaal voor Israël gedaan had. 11De Israëlieten gingen toen dingen doen die de Heer slecht vond. Ze begonnen de afgod Baäl te vereren. 12Ze lieten de Heer in de steek, de God van hun voorouders, die hen uit Egypte bevrijd had. Ze gingen de goden vereren van de andere volken in het land. Daarmee beledigden ze de Heer.

Rechters 2:1-12BGTOpen in de Bijbel

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.44.0
Volg ons