Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Opgetild - Ezechiël 3:4-15

Kies een Bijbelvertaling voor dit leesplan:

Bijbeltekst(en)

Ezechiël 3

Ezechiël moet naar zijn volk gaan

4Daarna zei God tegen mij: ‘Mensenkind, ga naar de Israëlieten, en zeg tegen hen wat ik aan jou verteld heb.

5-7De Israëlieten kunnen je goed begrijpen, want ze spreken dezelfde taal als jij. Maar toch zullen ze niet naar je luisteren. Ze willen niet horen wat ik hun te zeggen heb. Ik zou je beter naar mensen kunnen sturen die een vreemde taal spreken. Die zouden wel naar je luisteren, ook al kunnen ze je niet verstaan. Maar de Israëlieten luisteren niet. Ze zijn allemaal ongehoorzaam en eigenwijs.

8-9Toch hoef je niet bang te zijn. Wees niet bang voor hen, zelfs als ze zich blijven verzetten. Ik zal ervoor zorgen dat je ongevoelig bent voor hun dreigende woorden. Net zoals zij ongevoelig zijn voor jouw woorden.

10Mensenkind, luister goed naar wat ik tegen je zeg, en vergeet het niet. 11Ga naar de mensen van je volk die hier in Babylonië wonen. En spreek tegen hen namens mij. Misschien luisteren ze, misschien niet.’

Ezechiël hoort de vier dieren weggaan

12Toen tilde de geest van God mij op. Ik hoorde achter mij een groot lawaai. Er klonk een stem die riep: ‘Iedereen in de hemel moet de machtige Heer prijzen!’

13Ik hoorde ook het klappen van de vleugels van de dieren, en het rollen van de wielen die met hen meegingen. Het klonk als het geluid van de donder.

14Daarna tilde de geest van God mij opnieuw op, en nam mij mee. Ik was bedroefd en in de war. En ik was diep onder de indruk van de macht van de Heer.

15Toen ging ik weer terug naar het Kebar-kanaal in de plaats Tel-Abib, waar de mensen van mijn volk wonen. Daar bleef ik zeven dagen lang. Ik voelde me ellendig.

Ezechiël 3:4-15BGTOpen in de Bijbel

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.45.1
Volg ons