Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
Dagvers | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Wie is Jezus' familie? - Matteüs 12:38-50

Select a Bible translation for this reading plan:

Bijbeltekst(en)

Matteüs 12

Jezus geeft het voorbeeld van Jona

38Een paar wetsleraren en farizeeën zeiden tegen Jezus: ‘Meester, laat ons een teken van uw macht zien.’

39Maar Jezus zei tegen hen: ‘Jullie zijn slechte mensen, die God ontrouw zijn. Jullie vragen om een teken. Maar het enige teken dat jullie krijgen, is het voorbeeld van de profeet Jona. 40Jona zat drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis. Net zo zal de Mensenzoon ook drie dagen en drie nachten diep in de aarde zijn.

41Op een dag zal God rechtspreken over de wereld. Dan zullen jullie voor hem staan, samen met de inwoners van de stad Nineve. God zal jullie straffen, maar de inwoners van Nineve niet. Want toen de profeet Jona hen waarschuwde, hebben zij hun leven veranderd. En nu staat hier iemand die belangrijker is dan Jona. Maar jullie luisteren niet.

42Op een dag zal God rechtspreken over de wereld. Dan zullen jullie voor hem staan, samen met de koningin van het Zuiden. God zal jullie straffen, maar haar niet. Want zij kwam uit een ver land om te luisteren naar de wijsheid van koning Salomo. En nu staat hier iemand die belangrijker is dan Salomo. Maar jullie luisteren niet.’

Een verhaal over een kwade geest

43Jezus zei: ‘Stel je eens voor: Een kwade geest woont in een man. Op een dag gaat die kwade geest uit hem weg. De geest zwerft door de woestijn. Hij zoekt een plek om te rusten, maar vindt die niet. 44Dan denkt hij: Ik ga terug naar huis, naar de man in wie ik eerst woonde.

De kwade geest komt terug en ziet dat zijn huis leeg en schoon is. Het is klaar om in te wonen. 45Dan roept hij er zeven andere geesten bij, die nog erger zijn dan hijzelf. En allemaal gaan ze in die man wonen. Dan gaat het met die man nog slechter dan daarvoor.’

Toen zei Jezus: ‘Zo zal het ook gaan met de slechte mensen hier.’

De familie van Jezus komt bij hem

46Terwijl Jezus nog tegen de mensen aan het praten was, kwamen zijn moeder en zijn broers. Ze bleven buiten staan. Ze wilden Jezus spreken.

47Iemand zei tegen Jezus: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten. Ze willen u spreken.’ 48Jezus zei tegen hem: ‘Wie is mijn moeder? En wie zijn mijn broers?’ 49Toen wees hij naar zijn leerlingen. En hij zei: ‘Dat is mijn moeder! Dat zijn mijn broers! 50Mensen die doen wat mijn hemelse Vader wil, die zijn mijn broer, mijn zus en mijn moeder.’

Matteüs 12:38-50BGTOpen in de Bijbel

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.44.0
Volg ons