7Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. 8Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn. 9Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan allerlei dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan. 10Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te geven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf veel leed berokkend.