Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Dag 300 / 2Tim. 1-4

Bijbeltekst(en)

1Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, gezonden om de belofte te verkondigen van het leven in eenheid met Christus Jezus. 2Aan Timoteüs, mijn geliefd kind. Genade, barmhartigheid en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Heer!

Houd vast aan het geloof

3Ik dank God, die ik net als mijn voorouders met een zuiver geweten dien, ik dank Hem telkens als ik je in mijn gebeden noem, elke dag en elke nacht. 4Als ik aan je tranen denk, verlang ik ernaar je terug te zien; dat zal me met vreugde vervullen. 5Ik denk vaak aan het oprechte geloof dat jij hebt. Ook je grootmoeder Loïs en je moeder Eunike hadden dat en jij – daarvan ben ik overtuigd – nu ook.

6Daarom spoor ik je aan het vuur brandend te houden van de gave die God je schonk toen ik je de handen oplegde. 7God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. 8Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van Hem gevangenzit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft. 9Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat Hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, 10maar nu is ze bekend geworden doordat onze redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie.

11Ik ben aangesteld als verkondiger, apostel en leraar van dit evangelie; 12daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt. 13Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord, houd vast aan het geloof en de liefde die we in Christus Jezus hebben. 14Bewaar door de heilige Geest, die in ons woont, het goede dat je is toevertrouwd.

15Zoals je weet heeft iedereen in Asia zich van mij afgekeerd, ook Fygelus en Hermogenes. 16Moge de Heer zich ontfermen over de huisgenoten van Onesiforus, want hij heeft mij vaak opgemonterd en zich niet voor mijn gevangenschap geschaamd. 17Toen hij in Rome kwam, is hij meteen naar me op zoek gegaan, en hij heeft me ook gevonden. 18Moge de Heer zich op de grote dag over hem ontfermen. En welke diensten hij in Efeze verleend heeft, weet je zelf het beste.

Deel in het lijden

1Mijn kind, wees sterk door de genade in Christus Jezus. 2Wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord, geef dat door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen. 3Deel in het lijden als een goed soldaat van Christus Jezus. 4Iemand die in krijgsdienst is laat zich niet afleiden door het leven daarbuiten, want zijn bevelhebber moet tevreden over hem zijn. 5Een atleet wordt niet gelauwerd als hij zich niet aan de regels houdt. 6De boer die het zware werk doet, heeft als eerste recht op de oogst. 7Denk na over wat ik zeg; de Heer zal ervoor zorgen dat je dit alles ook begrijpt.

8Houd Jezus Christus in gedachten, Davids nakomeling, die uit de dood is opgewekt. Dit heb ik verkondigd, 9en omwille van dit evangelie heb ik veel te verduren; ik ben zelfs als een misdadiger gevangengezet. Maar het woord van God laat zich niet gevangenzetten. 10Daarom verdraag ik alles omwille van de uitverkorenen, opdat ook zij in Christus Jezus redding en eeuwige luister ontvangen. 11Deze boodschap is betrouwbaar:

Als wij met Hem gestorven zijn,

zullen we ook met Hem leven;

12als wij volharden,

zullen we ook met Hem heersen;

als wij Hem verloochenen,

zal Hij ons ook verloochenen;

13als wij Hem ontrouw zijn,

blijft Hij ons trouw,

want zichzelf verloochenen kan Hij niet.

Aanwijzingen voor de omgang met dwaalleraren

14Blijf dit de gelovigen voorhouden en roep hen ten overstaan van God dringend op om niet te redetwisten. Dat heeft geen enkel nut en leidt er alleen maar toe dat de toehoorders ten onder gaan. 15Span je in om voor God te staan als iemand die betrouwbaar is. Zorg dat je je niet voor je werk hoeft te schamen en verkondig regelrecht de waarheid. 16Luister niet naar heilloos en hol gezwets, want dat voert steeds verder van God weg. 17Wat dwaalleraren vertellen woekert voort als een gezwel. Ook Hymeneüs en Filetus 18zijn van de waarheid afgedwaald door te beweren dat de opstanding al heeft plaatsgevonden. Daarmee ondermijnen ze het geloof van anderen. 19Maar het fundament dat God gelegd heeft, ligt onwrikbaar vast en draagt het opschrift: ‘De Heer weet wie Hem toebehoren’ en ‘Laat ieder die de naam van de Heer noemt, onrecht uit de weg gaan’. 20In een groot huis zijn er niet alleen voorwerpen van goud en zilver, maar ook van hout en aardewerk. De eerste zijn voor bijzondere gelegenheden, de laatste voor dagelijks gebruik. 21Als iemand zich van alle kwaad gereinigd heeft, wordt hij een bijzonder en geheiligd voorwerp, dat zijn eigenaar vele diensten kan bewijzen en geschikt is voor elk goed doel.

22Mijd de begeerten van de jeugd, streef naar rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede met hen die de Heer met een zuiver hart aanroepen. 23Verwerp dwaze en onzinnige speculaties; je weet dat ze tot ruzie leiden. 24Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken, maar voor iedereen vriendelijk zijn; hij moet een goede leraar zijn en een verdraagzaam mens, 25en zijn tegenstanders zachtmoedig terechtwijzen. Dan brengt de Heer hen misschien tot inkeer, zodat zij de waarheid leren kennen 26en ontsnappen uit de valstrik van de duivel, die hen levend heeft gevangen en hen dwingt zijn wil te doen.

1Weet dat de laatste dagen zwaar zullen zijn. 2De mensen zullen egoïstisch zijn, geldzuchtig, zelfingenomen en arrogant. Ze zullen God lasteren, geen ontzag tonen voor hun ouders, ondankbaar zijn en niets heilig achten. 3Ze zullen harteloos zijn, onverzoenlijk, lasterziek, onbeheerst en wreed. Ze zullen het goede haten 4en onbetrouwbaar, roekeloos en verblind zijn. Het genot zullen ze meer liefhebben dan God, 5ze zullen de schijn van vroomheid ophouden, maar de kracht ervan miskennen. Keer je af van zulke lieden. 6Sommigen van hen komen de huizen binnen door zich op te dringen en weten het soort vrouwen in hun macht te krijgen dat zich gemakkelijk laat meevoeren door allerlei begeerten en met zonde beladen is, 7dat almaar wil leren maar nooit in staat zal zijn de waarheid te kennen. 8Zoals Jannes en Jambres zich tegen Mozes hebben verzet, zo verzetten deze dwaalleraren zich tegen de waarheid. Het zijn mensen met een zieke geest en een onbetrouwbaar geloof. 9Maar ze zullen niet veel bereiken, want iedereen zal hun dwaasheid snel doorzien, zoals ook met Jannes en Jambres gebeurde.

10Jij daarentegen bent mij trouw gevolgd in mijn leer, mijn levenswijze, streven, geloof, geduld, liefde en volharding, 11en je hebt hetzelfde lijden en dezelfde vervolgingen ondergaan die mij in Antiochië, Ikonium en Lystra hebben getroffen. Ik heb ze allemaal doorstaan, de Heer heeft mij steeds weer gered. 12Allen die vroom en in eenheid met Christus Jezus willen leven, zullen worden vervolgd. 13Slechte mensen en oplichters zullen van kwaad tot erger vervallen; het zijn bedriegers die zelf bedrogen worden. 14Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren 15en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften, die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door geloof in Christus Jezus. 16Alles wat de Schrift zegt is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een rechtschapen leven, 17zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.

1Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van Christus Jezus, die zal oordelen over de levenden en de doden, ik bezweer je bij zijn komst en heerschappij: 2Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. 3Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hun naar de mond praten. 4Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. 5Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het evangelie doen, je dienende taak vervullen.

6Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. 7Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. 8Nu wacht mij de erekrans van de gerechtigheid, die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.

Laatste aanwijzingen

9Kom snel naar me toe, 10want Demas heeft me verlaten; hij heeft deze wereld lief gekregen en is naar Tessalonica vertrokken. Crescens is naar Galatië gegaan, Titus naar Dalmatië. 11Alleen Lucas is bij me gebleven. Haal Marcus op en neem hem met je mee, want hij kan mij goede diensten bewijzen. 12Tychikus heb ik naar Efeze gestuurd. 13Als je komt, neem dan de mantel mee die ik in Troas bij Karpus heb laten liggen, en ook de boeken, vooral die van perkament. 14Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad gedaan; de Heer zal hem zijn verdiende loon geven. 15Ook jij moet voor hem oppassen, hij heeft onze verkondiging sterk tegengewerkt.

16Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, ze hebben mij allemaal in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. 17Maar de Heer heeft me terzijde gestaan en me kracht gegeven, zodat ik de verkondiging tot een goed einde heb kunnen brengen en alle volken de boodschap hebben gehoord. Ik ben gered uit de muil van de leeuw. 18De Heer zal me van alle kwaad redden en me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. Hem komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen.

19Groet Prisca en Aquila, en de huisgenoten van Onesiforus. 20Erastus is in Korinte gebleven, Trofimus heb ik ziek in Milete achtergelaten. 21Probeer voor de winter te komen. Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle andere broeders en zusters laten je groeten.

22De Heer zij met je. Genade zij met jullie.

2 Timoteüs 1-4NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.8
Volg ons