10Wijs omwille van David, uw dienaar,
het verzoek van uw gezalfde niet af.
11De HEER heeft David trouw gezworen,
en zijn belofte neemt Hij niet terug:
‘Een van je nazaten
laat Ik je troon bestijgen.
12Houden je zonen zich aan mijn verbond,
aan de richtlijnen die Ik hun geef,
dan zullen ook hun zonen voor altijd
zetelen op je troon.’
33Tot in eeuwigheid zal Hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’