1In het begin schiep God de hemel en de aarde.2De aarde was woest en doods, duisternis lag over de oervloed, en over het water zweefde Gods geest.
3God zei: ‘Laat er licht zijn,’ en er was licht. 4God zag dat het licht goed was, en Hij scheidde het licht van de duisternis; 5het licht noemde Hij dag, de duisternis noemde Hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.
35De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw overdekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.