Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Bos Verhalen op Schoot

Zintuigenwandeling in het Bos
Met het verhaal van de Schepping uit ‘Mijn Peuterbijbel’

Door Melanie van de Peut.

Nodig:
Genoeg stoelen voor alle vrijwilligers.
Vrijwilliger 1 (bij de ingang van het bos):

  • Blad met liedjes
  • Vuilniszak (waar de kinderen op kunnen zitten en waar ze bos spulletjes in kunnen verzamelen).
    Vrijwilliger 2 (bij de eerste halte, voorlezen):
  • Snoepjes (zoet en zuur, in twee bakjes)
  • ‘Mijn Peuterbijbel’ met het verhaal van de Schepping
    Vrijwilliger 3
  • A4 met de liedjes
  • Wc rolletjes
    Vrijwilliger 4:
  • Voeldoos
  • Desinfecteergel
  • Tafeltje
  • Spullen uit het bos verzamelen (kan gewoon rond de plek waar je zit), waar kinderen aan kunnen voelen en raden

1. Start

De mensen hebben een half uur (of langer, kun je zelf bepalen) om te starten met de route. Ze kunnen bijvoorbeeld tussen 15.15 en 15.45 starten. Elk gezin loopt in die tijd de route op hun eigen tijd. Bij het begin van de route en de ingang van het bos staat een vrijwilliger om de gezinnen die aankomen op te vangen.

De vrijwilliger legt uit welke kant ze op moeten:

  • Kies voor een makkelijke korte route die voor zichzelf spreekt, eventueel kun je met lintjes (die je natuurlijk achteraf weghaalt) de route nog beter aangeven.
  • De vrijwilliger vertelt de kinderen voor ze het bos ingaan dat ze straks hun hele lijf nodig hebben.
    A. Ze mogen voelen met hun handen.
    B. Horen met hun oren.
    C. Proeven met hun tong
    D. Ruiken met hun neus
    E. Zien met hun ogen.
    Eventueel kun je de kinderen alvast de lichaamsdelen aan laten wijzen. Moedig ze aan om ze onderweg te gebruiken en vertel dat je heel benieuwd bent wat ze allemaal zullen zien, horen, voelen, ruiken en proeven onderweg.
  • Geef de kinderen een pedaalemmerzak waarop ze kunnen zitten (bij nat weer) en waar ze meteen herfstspulletjes als eikels en kastanjes in kunnen verzamelen.

2. Vrijwilliger 2, die het verhaal voor gaat lezen.

De vrijwilliger start met een openingsvraag: wat hebben jullie onderweg al gezien? Of geroken? Of gevoeld? Meestal zullen de kinderen vooral dingen hebben gezien. Vraag daarna of de kinderen ook al iets hebben geproefd. Waarschijnlijk is het antwoord nee.

Vertel dat je met je tong kunt proeven. De kinderen mogen nu een klein snoepje uit het zure en zoete schaaltje proeven. Welk snoepje vinden zij het lekkerst? Ze mogen daarvan nog een snoepje pakken voor tijdens het verhaal.

Lees daarna het verhaal van de Schepping voor uit Mijn Peuterbijbel. Doe dit in interactie met je omgeving. Dus in plaats van: ‘Wat vind jij het mooiste dier?’ Kun je de kinderen vragen: ‘Wat vind jij het mooiste dat je hebt gezien onderweg?’ Wijs ook op de mooie dingen die je om je heen hebt gezien. Wat heeft God dat mooi gemaakt!

Stuur daarna de kinderen weer op weg met een opdracht. Ze mogen onderweg naar de volgende vrijwilliger gaan ruiken aan dingen in het bos. Ruik maar aan de blaadjes, aan de stam van de boom, aan het gras, de wind, de aarde enzovoort.

3. Liedjes zingen.

De volgende vrijwilliger die de kinderen tegenkomen, vraagt eerst wat de kinderen allemaal hebben geroken.

Geef daarna de kinderen allemaal een wc-rolletje. Ze mogen dat wc-rolletje tegen hun oor houden. We gaan heel goed luisteren naar de geluiden in het bos. Met je oren kun je horen. Wat hoor jij allemaal in het bos? Met je oren kun je ook muziek luisteren. Daarom gaan we nu samen liedjes zingen.

Het is leuk om liedjes te zingen die bij de schepping horen: ‘Zie de zon, zie de maan,’ en bijvoorbeeld ‘Wie heeft gemaakt de vossen’ (Dit liedje kun je voor alle dieren in het bos zingen), liedjes over hoe mensen gemaakt zijn zoals ‘Ben je groot of ben je klein’ en ‘iedereen is anders’, maar ook algemene liedjes waarbij kinderen hun lichaamsdelen gebruiken.
Liedjes die veel op kinderdagverblijven worden gezongen en veel kinderen dus kennen, zijn bijvoorbeeld ‘Hoofd schouders knieën teen’, ‘Twee handjes op de tafel (in dit geval je knieën)’ of ‘Met de vingertjes’ en ‘Dit zijn mijn wangetjes en dit is mijn kin.’
Liedjes over de herfst kunnen natuurlijk ook: ‘Zie je de kastanjes aan de bomen,’ of ‘Herfst, herfst, wat heb je te koop’ worden veel gezongen in deze tijd op basisscholen en kinderdagverblijven.
Doe bij alle liedjes gebaren (heel belangrijk bij bewegelijke peuters) en… je kunt eventueel ook nog kleine muziekinstrumentjes meenemen.

‘Zie de zon, zie de maan,’ en bijvoorbeeld ‘Wie heeft gemaakt de vossen’ (Dit liedje kun je voor alle dieren in het bos zingen), liedjes over hoe mensen gemaakt zijn zoals ‘Ben je groot of ben je klein’ en ‘iedereen is anders’, maar ook algemene liedjes waarbij kinderen hun lichaamsdelen gebruiken.
Liedjes die veel op kinderdagverblijven worden gezongen en veel kinderen dus kennen, zijn bijvoorbeeld ‘Hoofd schouders knieën teen’, ‘Twee handjes op de tafel (in dit geval je knieën)’ of ‘Met de vingertjes’ en ‘Dit zijn mijn wangetjes en dit is mijn kin.’
Liedjes over de herfst kunnen natuurlijk ook: ‘Zie je de kastanjes aan de bomen,’ of ‘Herfst, herfst, wat heb je te koop’ worden veel gezongen in deze tijd op basisscholen en kinderdagverblijven.
Doe bij alle liedjes gebaren (heel belangrijk bij bewegelijke peuters) en… je kunt eventueel ook nog kleine muziekinstrumentjes meenemen.

Merk je dat de kinderen wiebelig worden, tijd om door te gaan! De wc-rolletjes bij het oor, worden nu verrekijkers. Wat kan je allemaal ZIEN in het bos? Ga maar onderweg naar de volgende vrijwilliger en kijk naar grote dingen, naar kleine dingen enzovoort.

4. Voelen

De laatste vrijwilliger begint met de openingsvraag: wat heb je allemaal gezien in het bos?

Daarna staat er een voeldoos op tafel klaar. Dat kan gewoon een kartonnen doos zijn met twee gaten er in. Verstop daarin spullen uit het bos, waar de kinderen aan mogen voelen door de gaten. Kunnen ze raden wat het is?
Laat vooral de kinderen voelen, maar soms vinden ze het spannend. Het kan ze dan helpen als eerst hun ouders het doen. Hiervoor staat de desinfect klaar, zodat ouders eerst hun handen kunnen desinfecteren.

En bij het laatste stukje heeft de laatste vrijwilliger nog een opdracht: Ga er maar eens over nadenken: wat vond je het allermooiste dat God had gemaakt in het bos? En wat vond je het allerleukste om te doen? Misschien is het wel mooi om hem daar voor te bedanken. Bij de ingang staat een dankpot met een briefje en pennen er bij.

Afsluiting

Het gezin komt weer terug bij de vrijwilliger bij de ingang van het bos. Die schrijft op wat het kind heeft bedacht voor de dankpot en doet dat in het potje. Daarna kun je de kinderen eventueel nog een mooie dierensticker laten uitzoeken. Wat hebben ze het goed gedaan!

Zwaai ze uit en wens ze een hele fijne zondag toe!

Veel plezier met de herfstwandeling, groetjes Melanie

Vijf opdrachten:
Voelen >> Voeldoos
Horen >> Wc-rolletje om te kijken
Proeven >> iets om te proeven bij het verhaal.
Ruiken >> Opdracht
Zien >> wc-rolletje om te kijken

Danken:
Verhaal
Liedjes Zingen

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons