Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Inleiding Johannes

Wat is het verhaal achter de tekst?

Opnieuw: wie is Jezus?

Het Johannesevangelie legt de waarheid over Jezus Christus op een nieuwe manier uit.

Dit Bijbelboek werd geschreven aan het eind van de eerste eeuw na Christus. Vanaf de tweede eeuw na Christus wordt gezegd dat Johannes dit evangelie geschreven heeft. Johannes was een van de twaalf leerlingen van Jezus.

Het evangelie volgens Johannes leest als een ontdekkingstocht: stap voor stap begrijp je dat Jezus de ware Messias is, en wat dat betekent. De lezer moet leren om niet op een aardse manier, maar op een geestelijke manier naar Jezus te kijken.

Het evangelie volgens Johannes bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over de dingen die Jezus gezegd en gedaan heeft toen hij met zijn leerlingen door Israël trok (Johannes 1-11). Hierin zijn vooral zeven wonderen erg belangrijk. Steeds geeft Jezus uitleg over de diepere betekenis van de wonderen, en tussendoor heeft hij ontmoetingen en discussies.

Het tweede deel van het boek gaat over de dood en opstanding van Jezus (Johannes 12-21). Over die gebeurtenissen lees je in Johannes 18-21, maar daarvoor legt Jezus al uit wat de betekenis daarvan is (Johannes 13-17).

Johannes en de andere drie

Matteüs, Marcus en Lucas vertellen ongeveer hetzelfde verhaal. Het Johannesevangelie is heel anders. Een voorbeeld: bij de drie andere evangelisten zie je een verschil tussen het werk van Jezus op aarde en zijn terugkomst aan het eind van de tijd. Bij Johannes zie je dat verschil niet: Jezus ís de hemelse Mensenzoon die met de macht van zijn Vader op aarde gekomen is. Gods macht is in hem.

Wat zijn de thema’s in dit boek?

Vader en Zoon zijn één

Jezus is de Zoon die bij de Vader vandaan komt, en na zijn leven op aarde weer naar de Vader terugkeert. De woorden van Jezus zijn Gods woorden, het werk dat Jezus doet, is Gods werk. Vergelijk Jezus daarom niet met Abraham, Mozes, David of een van de profeten. En denk niet dat hij alleen een rabbi is (rabbi betekent: meester), want dan heb je het nog steeds niet begrepen. Wie Jezus wil kennen, moet hem zien in zijn eenheid met God.

Jezus’ sterven als overwinning

Het Johannesevangelie vertelt over de ‘hoge plaats’ die Jezus zal krijgen. Dat verwijst naar het kruis én naar de hemel. In de andere evangeliën is de opstanding van Jezus Gods antwoord op zijn dood aan het kruis. Johannes vertelt het anders: God heeft Jezus macht over leven en dood gegeven. Jezus geeft zijn leven niet alleen, hij neemt het ook weer terug. Het sterven van Jezus was meteen ook zijn overwinning.

Wie niet vanuit het geloof kijkt, ziet de gekruisigde Jezus. Wie vanuit het geloof kijkt, ziet dat Jezus op de hemelse troon gaat zitten.

De heilige Geest en het eeuwige leven

Door de heilige Geest blijft Jezus aanwezig bij zijn volgelingen. De Geest geeft de gelovigen het juiste inzicht. En door de Geest delen de gelovigen in de vrede, de liefde, de waarheid en de eenheid met God. Zij zijn zelf ook kinderen van God geworden, ze leven in het licht. Dat betekent dat zij het eeuwige leven gekregen hebben. Dat leven is sterker dan de dood.

Hoe kun je dit boek lezen?

Zoek het misverstand

In het Johannesevangelie zie je steeds weer dat de mensen Jezus verkeerd begrijpen. Jezus zegt dan iets met een geestelijke betekenis, maar de mensen zien alleen de gewone betekenis. Bijvoorbeeld: Jezus vertelt aan Nikodemus dat mensen op een nieuwe manier geboren moeten worden. Nikodemus reageert verbaasd: Je kunt toch niet opnieuw geboren worden?

In veel gesprekken in het Johannesevangelie begrijpen mensen Jezus verkeerd. En steeds probeert Jezus dan uit te leggen wat hij bedoelt. Sommige mensen kunnen niet begrijpen wat hij zegt, zoals Nikodemus. Maar andere mensen begrijpen het wel en gaan geloven, zoals de Samaritaanse vrouw.

Ik ben

Het Johannesevangelie staat vol uitspraken van Jezus die beginnen met: ‘Ik ben’: ‘Ik ben het brood dat eeuwig leven geeft’, ‘Ik ben het licht voor deze wereld’, ‘Ik ben de goede herder’, enzovoort (Johannes 6:35; Johannes 12:46; Johannes 10:14-15). En soms staat er gewoon: ‘Ik ben’ (Johannes 4:26 en Johannes 8:58). Al die uitspraken lijken op de naam waarmee God zich bekendmaakt in het Oude Testament: ‘Ik ben er altijd’ (Exodus 3:14-15).

Je kunt je bij deze ‘ik ben’-uitspraken steeds afvragen: Wat laat Jezus ons hier van God zien?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.21.8
Volg ons