Straks, in de vakantie, wil ik even helemaal niets hoeven doen. Daarom moet ik nu – tussen Pinksteren en de zomervakantie – nóg harder rennen. Zo'n eindsprint trekt, schat ik, de helft van alle mensen in ons land. Hoe houden we dat vol?
Voordat ik vrij neem moet ik nog even dit regelen, denk je, en voordat ik de deur achter me sluit moet ik écht niet vergeten dat te doen. Maar al die ditjes en datjes kunnen te veel worden.