Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
13 mei 2024Anne-Mareike Schol-Wetter

Moederen als Mozes

Wat eindexamen en Deuteronomium met elkaar te maken hebben

Zo’n kleine 175.000 jongeren doen in de komende weken eindexamen. 175.000 keer weke knieën en hartkloppingen, nachten waarin je uiteindelijk met je hoofd in het boek in slaap valt en appjes naar de verhuurder van het huisje waar de examenreis naartoe moet gaan.

Het grote loslaten

En ja, ook 175.000 keer ouders en opvoeders die het allemaal met een combinatie van trots en lede ogen aankijken en zich afvragen waar de tijd gebleven is. Ik hoor bij deze laatste groep. Het toeval wil dat ik juist in deze tijd met Bijbel in een jaar in de laatste hoofdstukken van Deuteronomium beland ben. Is het aanmatigend om te zeggen dat ik me een beetje voel zoals Mozes op de drempel van het beloofde land? Ongetwijfeld. Maar toch herken ik iets van wat deze grote leider gevoeld moet hebben in de manier waarop ik naar mijn zeventienjarige kijk. Het grote loslaten, dat voor het eerst echt voelbaar werd toen ik met een lege kinderwagen van het kinderdagverblijf naar huis liep en dat sinds de eerste dag van de middelbare school in een stroomversnelling terecht is gekomen, zal in de komende weken nieuwe hoogtes bereiken.

En ineens betrap ik mezelf op het reflex om – net als Mozes ‘in de dorre vlakte aan de overkant van de Jordaan, ter hoogte van Suf’ (Deuteronomium 1:1) – nog eens uitvoerig terug- en vooruit te kijken, om me ervan te verzekeren dat ik echt alles heb overgedragen wat overgedragen moest worden.

Nou ga ik er niet vanuit dat het afscheid even definitief zal zijn als bij Mozes – sterker nog, de kans is groot dat zoonlief de komende jaren nog zijn kamer in hotel Mama aanhoudt. Maar zijn keuzes en alle gevolgen daarvan komen dan echt voor zijn rekening. En dat doet dan toch weer verdacht veel denken aan Mozes, die de Israëlieten keer op keer inprent dat ze een keuze moeten maken tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood (Deuteronomium 30:15). De gevolgen als het volk dat niet doet, liegen er niet om. Allerlei enge ziektes en gezwellen (hoe zat het ook alweer met de toename van soa’s en schurft onder studenten?), honger, dood, en als ultiem schrikbeeld de verbanning uit het beloofde land waar ze op dit moment nog niet eens wonen.

Met de kennis van nu

Het aparte van deze hoofdstukken in Deuteronomium is dat je er de ervaring van ballingschap en terugkeer, zoals die honderden jaren na Mozes werkelijkheid werden, al in terugleest. De auteurs, of in ieder geval de schrijvers die de boeken in hun uiteindelijke vorm samenstelden, wisten al dat de Israëlieten keer op keer plank mis zouden slaan, en kenden de vervloekingen uit hoofdstuk 28 uit eigen ervaring of uit de verhalen van hun houders en grootouders. Sterker nog: ze wisten ook dat het uiteindelijk weer goed zou komen – tot op zekere hoogte. Heel deze bewogen speech van Mozes is dus eigenlijk mosterd na de maaltijd. Maar net als wij nog elk jaar stilstaan bij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog om daardoor onze keuzes in het nu te laten bepalen, was het van cruciaal belang dat elke nieuwe generatie zou horen wat hun voorouders met God hadden meegemaakt, en welke keuze Hij ook aan hen voorlegde.

Op naar de toekomst!

En dan dringt zich weer de vraag aan me op: heb ik, hebben wij aan zoonlief meegegeven wat nodig is om die keuze te maken? Hebben we voorgeleefd wat voorgeleefd moest worden? Als je dat definieert als altijd precies het goede doen, is het eerlijke antwoord: nee. Maar als het erom gaat te laten zien wat het is om met God te leven, dan hoop ik dat er toch ergens, bewust of onbewust, voldoende is blijven hangen.

Geeft dat garanties? Helaas niet. De toekomst is toch echt de toekomst, en niet zoals in Deuteronomium een toekomst waar je eigenlijk al op terugkijkt. Maar dat hoeft misschien ook niet. ‘Wat verborgen is, behoort de HEER, onze God, toe; wat openbaar is, komt ons toe’ (Deuteronomium 29:28a, NBV21). Of, zoals de Bijbel in Gewone Taal vertaalt:

Alleen God kent de toekomst

28De Heer, onze God, vertelt ons niet alles wat hij gaat doen. Wij en onze kinderen weten alleen wat God nu aan ons bekendmaakt. Wij moeten ons altijd houden aan zijn wetten en regels.’

Deuteronomium 29:28BGTOpen in de Bijbel

En zo is het maar net.

Anne-Mareike Schol-Wetter is hoofd Bijbelgebruik bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.1
Volg ons