1Uit jou, Betlehem in Efrata,
te klein om tot Juda’s geslachten te behoren,
uit jou komt iemand voort die voor Mij over Israël zal heersen.
Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden,
in de dagen van weleer.
2Totdat de vrouw die zwanger is haar kind heeft gebaard,
worden zijn broeders aan hun lot overgelaten.
Daarna zullen wie er nog over zijn
terugkeren naar de andere Israëlieten.
3Hij zal aantreden en hen als een herder weiden,
bekleed met de macht van de HEER, zijn God,
met de majesteit van diens verheven naam.
Zij zullen veilig wonen,
want hij zal heersen tot aan de einden der aarde,
4en hij brengt vrede.
Wanneer Assyrië ons land binnenvalt
en zijn voet in onze paleizen zet,
zullen wij zeven herders doen opstaan,
ja acht vorsten uit mensen gekozen.
Ruth zou zichzelf niet bijzonder hebben gevonden. Ze was gewoon Ruth, een vreemdeling die tevreden was met hard werken en daarvoor beloond worden. Maar door dit verhaal loopt een rode draad, die het verleden, het heden en de toekomst met elkaar verbindt.
In 1 Samuel 16, het tekstgedeelte voor de tweede zondag van Advent horen we van het hartsverdriet van de profeet. Verdriet en aarzeling, rouw om het verleden, pijn om de verandering. Maar Samuel is wijs en trouw. En hij gehoorzaamt.
Jezus gaat niet altijd in op de vraag om genezing. In één specifiek geval is Jezus dit niet van plan, maar laat Hij zich toch overtuigen door een vrouw.
In het Johannesevangelie vinden we heel wat aanwijzingen over wie Jezus zelf zegt dat Hij is. Hier gaat het over de zeven ‘Ik ben’-uitspraken.