Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
5 mei 2022Peter-Ben Smit

Gods Zoon – en mannelijkheid

Door Peter-Ben Smit

‘Werkelijk, deze mens was Gods Zoon’ (Marcus 15:39) – De woorden van de Romeinse officier bij Jezus’ dood gaan volledig tegen de intuïtie in. In een gekruisigde valt weinig goddelijks te herkennen. Al helemaal niet door een Romeinse soldaat, vertrouwd met andere ‘zonen van goden’ zoals die zijn wereld bevolkten. Halfgoden bijvoorbeeld, zoals Hercules, of ook succesvolle keizers zoals Vespasianus die na hun dood goddelijk verklaard waren. Ook in Joodse oren zal dit merkwaardig geklonken hebben: een zoon van God, dat was het volk Israel in zijn bijzondere relatie tot God, of een koning zoals David, maar een gekruisigde…?

Je mannetje staan

De uitroep van deze Romeinse officier heeft ook alles met gender, specifiek met mannelijkheid te maken. De Griekse woorden zelf zijn mannelijk en ook het vergelijkingsmateriaal, keizers, koningen, bijvoorbeeld, is dat. Bovendien speelt de kruisiging zich af in de publieke ruimte, die in die tijd vooral door mannen bevolkt werd. En alles speelt zich ook nog eens af op de achtergrond van Jezus’ eerdere openbare optreden, waarin hij vaak twee kenmerken liet zien die je in de antieke wereld van een geloofwaardige, mannelijke leider zou verwachten. Hij had zichzelf in de greep, liet zich niet zomaar van z’n stuk brengen, bijvoorbeeld door leerlingen die hem tegenspraken. En hij had ook andere mensen, bijvoorbeeld farizeeën die hem op de proef stelden, behoorlijk onder de duim. Hij kon, kortom, behoorlijk zijn mannetje staan. En dan nu dit: uitgekleed, letterlijk en figuurlijk, vernederd, uitgeleverd, en met geen enkele macht meer over zichzelf, laat staan over andere mensen. Jezus sterft als een man die die naam eigenlijk niet meer waard is – vanuit gemiddeld antiek perspectief dan.

Experimentele uitleg

En dan toch die uitspraak: ‘Werkelijk, deze mens was Gods Zoon.’ Spot lijkt het niet te zijn, daarvoor is het voor Marcus’ evangelie te belangrijk dat Jezus Gods Zoon is (zie zijn doop in de Jordaan en zijn verheerlijking op de berg, bijvoorbeeld). Wat kan het dan inhouden?

Ik denk dat het ten eerste iets relativerends heeft: blijkbaar hoeft Gods vertegenwoordiger niet overeen te komen met het ideaaltypische, door de cultuur voorgeschreven beeld van een man om hem als dusdanig te kunnen herkennen. Want dat lukt met een gekruisigde echt niet.

Ten tweede stel ik een wat meer experimentele uitleg voor. Namelijk dat de Romeinse officier Jezus’ kruisdood ziet als een uiting van zijn absolute trouw (Grieks: pistis) aan God, terwijl nog open is of God zich ook als betrouwbaar (Grieks: pistos) zal bewijzen. Deze openheid blijkt ook uit Jezus’ uitroep over God die hem verlaten heeft, net iets eerder. Vertrouwen op God is wat deze mens tot Gods Zoon maakt, niet zijn ideaaltypische, ‘mannelijke,’ gedrag.

Mannelijkheid ondergeschikt

Ik stel dit in de eerste plaats voor omdat Jezus’ dood in het Evangelie volgens Marcus lang voorbereid is, in teksten zoals ‘De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als een losprijs voor velen’ (Marcus 10:45), alsook zijn gebed in Getsemane (Marcus 14:36). Jezus’ dood is een uiting van overgave aan God, trouw aan God, geen ongelukje.

In de tweede plaats stel ik dit voor omdat ook op andere plaatsen in het Evangelie volgens Marcus Jezus’ optreden als ‘ideaaltypische’ man die zijn mannetje staat ondergeschikt is aan zijn inzet voor Gods koninkrijk. De kruisiging is hier een belangrijk voorbeeld van, maar er is ook Jezus’ ontmoeting met de Syrofenicische vrouw in hoofdstuk 7. Terwijl Jezus probeert zich schuil te houden (ook al niet bepaald ideaaltypisch mannelijk), overvalt zij hem met haar verzoek om haar dochtertje te genezen. En wanneer hij probeert haar af te poeieren met de opmerking dat het niet goed is om brood dat voor de kinderen is aan hondjes te geven, lukt het haar toch om zijn eigen argument zo naar hem terug te kaatsen dat hij haar gelijk moet geven: haar dochtertje wordt genezen. Interessant is dat Marcus geen enkele gene kent om dit verhaal te vertellen. Blijkbaar zijn het geloof van de vrouw en de genezing van haar dochtertje belangrijker dan het beschermen van Jezus’ imago als man.

Ik stel dit tenslotte ook voor omdat het past bij andere vroegjoodse teksten die geloofwaardige mannelijkheid afhankelijk maken van trouw aan de wet en niet van eigen succes (of zelfs biologisch geslacht), zoals in 4 Makkabeeën Eleazer en de zeven gemartelde broers en hun moeder als voorbeelden van mannelijke moed gelden die zelfs vijandige soldaten ten voorbeeld gesteld wordt. Mijn interpretatie van Marcus’ presentatie van Jezus zou dus in het tijdsbeeld passen.

Lichamelijke kenmerken? Nee: levenshouding

Als dit zo is, dan houdt de uitroep van de officier over Jezus als Gods Zoon in dat iemands waardigheid, ook op het vlak van gender, van iets anders afhangt dan lichamelijke gesteldheid of sociale positie: namelijk van iemands levenshouding, in dit geval vertrouwen op en overgave aan God en Gods koninkrijk. Dat is wat iemand herkenbaar maakt als ‘Gods zoon.’ Dat biedt, tenminste in kerkelijk verband, ruimte om opnieuw na te denken over hoe belangrijk genderidealen nu voor de zusters en broeders van Gods Zoon echt zijn in verhouding tot iets als geloof.

Peter-Ben Smit
Hoogleraar Contextuele Bijbelinterpretatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar Oude Katholieke Kerkstructuren (vanwege het Oud-Katholiek Seminarie) aan de Universiteit Utrecht. Van hem verscheen recentelijk: Mannen in Marcus. Gender in de oudste biografie van Jezus (Amsterdam: VU Uitgeverij, 2021).

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.16
Volg ons