Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
9 november 2022

Een dialoog over de stikstofcrisis – deel 4

Hoe ziet een leefbare wereld eruit?

Respectvol luisteren naar de ander, ook als die met een open Bijbel tot een andere visie komt dan jij – kunnen we dat nog, nu de conflicten vaak zo hoog oplopen? We vroegen twee mensen om het te proberen. Vorige week publiceerden we naar aanleiding van de stikstofcrisis een brief van voormalig LTO-voorman Dirk Duijzer aan theoloog en Groen-Links-Kamerlid Ruard Ganzevoort, en het antwoord van Ganzevoort. Gisteren was Dirk Duijzer aan het woord, en vandaag sluit Ruard Ganzevoort deze briefwisseling af.

Door Ruard Ganzevoort

Beste Dirk,

In je eerste brief had je het over de spanning tussen de boer en de burger. Ik reageerde door te wijzen op de relatie tussen de mens en de aarde: we staan allemaal voor de vraag of we doorgaan met het uitbuiten van de aarde in eindeloze consumptiedrang. Het beeld van het sabbatsjaar leert ons anders naar die relatie te kijken.

Begrijpen wat ons drijft

Jij reageert met de vraag of dat een afgeleid probleem is en of het niet eigenlijk gaat om afhankelijkheid en omzien naar elkaar. Ik heb het idee dat dit twee kanten van dezelfde medaille zijn. Het streven naar financiële zekerheid en het uitbuiten van de aarde omwille van onze consumptie liggen dicht bij elkaar. In beide gevallen worden privébelangen vooropgesteld en wordt het effect daarvan op de samenleving en op de aarde ondergeschikt gemaakt.

Maar als je dat zou willen veranderen, dan moet je, vind ik, niet beginnen met een veroordelend verhaal. Niet tegen de boeren die zich afhankelijker zouden moeten opstellen en niet tegen de burgers/consumenten die te hebzuchtig zouden zijn. Het begint met begrijpen wat ons allen drijft. De ontsporingen van ons economische systeem komen namelijk voort uit twee verlangens die volgens mij op zichzelf legitiem zijn: grond onder de voeten en genieten van het goede dat de aarde geeft. Die twee verlangens kunnen makkelijk verworden tot de onwil om afhankelijk te leven en tot egoïsme en hebzucht, zoals je schrijft. Maar ze zijn ten diepste niet verkeerd.

Beginnen bij de schepping

Om het theologisch te zeggen: ik vind je bijdrage te veel beginnen bij de zonde en te weinig bij de schepping. Theologie die de scheppingsverhalen uit Genesis 1 en 2 serieus neemt, begint met de tuin – het paradijs – waar het leven goed is. Waar mensen de verbondenheid met elkaar en met de aarde beleven. Waar geen schuld en schaamte is maar de kwetsbaarheid van het bestaan onbevangen gevierd kan worden.

Het verlangen naar bestaanszekerheid en vervulling van onze behoeften zie ik als een oerverlangen naar dat goede leven. We hebben te maken met een onherbergzame werkelijkheid waar veel onzeker is en veel behoeften niet vervuld worden. Elders in de wereld is dat nog veel sterker het geval. Wie dan verlangt naar zekerheid en vervulling is niet verkeerd bezig maar grijpt terug op dat oerverlangen.

Crisis en hoop

Dat zie ik de komende jaren steeds vaker gebeuren. Van jaar tot jaar zien we de gevolgen van klimaatverandering toenemen. Met de stikstofcrisis en de afname van biodiversiteit moeten we er ernstig rekening mee houden dat een groter deel van de wereld onbewoonbaar wordt en dat klimaatvluchtelingen op onze deuren zullen kloppen – als we zelf al droge voeten houden. De zekerheden zullen afnemen en onze behoeften niet meer allemaal worden vervuld. Dat klinkt onheilspellend, maar juist dan is het belangrijk dat we verhalen van hoop weten te vinden. Het neoliberale sprookje loopt op zijn einde – maar hoe ziet een leefbare wereld er dan wel uit?

Leven in harmonie

Misschien verschilt mijn mening uiteindelijk niet zo veel van die van jou, maar ik benader het liever vanuit het verlangen dan vanuit kritiek op het tekortschieten van mensen. Voor mij gaat het dan om het verlangen naar een leven in harmonie met elkaar en de natuur. Daarom verwees ik in mijn vorige brief naar het sabbatsjaar. Tot die harmonie behoren matiging en wederzijdse afhankelijkheid en zorg, maar ook een zoeken naar de menselijke maat.

Kleinschalig

Voor de omgang met de natuur en met dieren betekent het volgens mij dat we stoppen met de grootscheepse industriële ‘productie’ van vlees en dat we veel meer kleinschalig gaan boeren. Liever groente, fruit en vlees van boeren uit de eigen omgeving. Het is volslagen geschift dat appels en vlees uit Zuid-Amerika goedkoper zijn dan dezelfde producten van dichtbij huis … Dat soort globalisering levert geen meerwaarde.

Maar ook hier sluit ik liever aan bij het verlangen. Wie kijkt naar de boerenprotesten, ziet dat het beeld dat steeds wordt opgeroepen een romantisch beeld is: een kleinschalig, diervriendelijk boerenbedrijf. Bijna nostalgisch. En ja, kleinschalige boerderijen zijn niet het grootste probleem. Kijk ook naar de reclames van groente- en fruitteelt en je ziet hetzelfde verlangen naar het goede leven in verbinding met het land. Dat kennelijk breed gevoelde verlangen kan de weg wijzen naar het goede leven. Samen met boeren en andere burgers.

De rol van kerken en coöperaties

Je roept in je brief de kerken op om te kijken of zij hierin en rol kunnen spelen en of ze daarbij hun vermogen zouden kunnen inzetten. Een mooie gedachte, al zou ik dat dan niet alleen inzetten voor de boeren. Het behoud van goede natuur is minstens zo belangrijk – en ook het huisvesten van vluchtelingen, daklozen en anderen is een nuttige besteding van zulk vermogen.

En ik zou niet alleen naar de kerk kijken. Vanouds waren religieuze gemeenschappen ook de plek waar mensen voor elkaar zorgden. Coöperaties, zogezegd. Een onderlinge verzekeringsmaatschappij, zo je wil. Zulke organisatievormen zijn in de loop van de tijd geseculariseerd en gecommercialiseerd. Maar misschien kunnen we ook banken en verzekeringsmaatschappijen weer uitnodigen om mee te gaan werken aan dat visioen en verlangen. Niet de schaalvergroting stimuleren en schulden maximaliseren, maar toewerken naar balans en harmonie. Waarom zou de kerk garant moeten staan voor boeren als de bank hen eerst tot grote financiële afhankelijkheid heeft gebracht?

Uiteindelijk komt het erop aan dat we gezamenlijk zoeken naar een nieuw evenwicht. Daarbij horen een besef van wederzijdse afhankelijkheid, respect voor dier en mens en opnieuw leren genieten, niet van het grootse en exotische maar van het kleine gewone leven dichtbij huis.

Ruard Ganzevoort is hoogleraar praktische theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Eerste Kamerlid voor GroenLinks.

Gerelateerde berichten

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.16
Volg ons