Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
26 november 2022Anne-Mareike Schol-Wetter

Beauty, brains en een vooruitziende blik

In de Bijbel maken we kennis met een bonte verzameling karakters: wijzen, dwazen, dappere strijders en angsthazen. In deze blog lezen we over Abigaïl, een vrouw met wijsheid en lef, die de omstandigheden naar haar hand weet te zetten.

Het verhaal over David, Abigaïl en haar onfortuinlijke man Nabal is in een paar zinnen naverteld: Nabal is een rijke maar ook dwaze man, die zich verzet tegen Davids verzoek om een vergoeding voor het beschermen van zijn kuddes. David zint op wraak, maar Nabals vrouw Abigaïl weet David weer op het rechte pad te krijgen. Daarvoor gebruikt ze een doeltreffende combinatie van onderdanigheid, vleierij en geschenken. Ze brengt hem bovendien in herinnering hoe ongemakkelijk een slecht geweten zou voelen wanneer hij straks als koning regeert. Wanneer Nabal hoort wat zijn vrouw heeft gedaan, zakt hij als een plumpudding in elkaar. Tien dagen later blaast hij zijn laatste adem uit, door toedoen van de Heer. ‘Prijs de HEER’, roept David op zijn beurt, en trouwt met Abigaïl, die geen tijd verliest en meteen naar hem op weg is gegaan.

Dwaasheid

De ironische toon van deze navertelling is niet toevallig. Het Bijbelverhaal zelf maakt gretig gebruik van hyperbolen, woordspelingen, ongebreidelde dialogen en andere vormen van literaire knipogen. Dat de rijke Nabal een onbenul is, kan geen enkele toehoorder of lezer ontgaan. Allereerst noemt zijn eigen vrouw hem zo (vers 25). Bovendien is zijn naam gebaseerd op hetzelfde Hebreeuwse woord als de ‘dwazen’ die volgens Psalm 14:1 denken ‘er is geen God’. Het leidt misschien te ver om een literair verband te zien met Psalm 2:4 of 37:13 (laatstgenoemde wordt trouwens aan David toegeschreven), waarin God zelf lacht om en spot met opstandige heersers en moedwillige zondaars. Maar in het hoofd van de lezer die met beiden teksten vertrouwd is, is die link wel makkelijk gelegd.

Kalm vertrouwen?

Als Nabal de personificatie van de ‘dwaas’, en misschien ook wel de opstandige heerser en moedwillige zondaar is, is het verleidelijk om David als zijn onberispelijke tegenspeler te zien: de rechtvaardige, die op de HEER vertrouwt en kalm op Hem wacht (Psalm 37:4-7). Maar zo is dat niet in dit verhaal. David is op dit moment in zijn carrière niet veel meer dan een guerrillastrijder, en gedraagt zich ook zo. Hem is weliswaar beloofd dat hij Saul zal opvolgen, maar voorlopig trekt hij met een paar honderd volgelingen door het ruige landschap ten zuiden van Jeruzalem. De volgelingen zelf zijn al even ruig: ‘allerlei mensen die in moeilijkheden zaten, schulden hadden of verbitterd waren’ (1 Samuel 22:2). Het ligt dan ook niet voor de hand dat ze uit pure mensenliefde de kuddes van Nabal met rust lieten. Hun handelen lijkt eerder op de praktijken die we ook nu nog kennen uit de bendewereld en de georganiseerde misdaad: wij ‘beschermen’ jou en je bezittingen, in ruil voor een deel van je opbrengst. Nabal heeft geen zin in dit soort handeltjes en stuurt Davids knechten met niet mis te verstane bewoordingen huns weegs. Dat schiet David in het verkeerde keelgat. Van kalm vertrouwen geen spoor: vloekend en tierend trekt hij met vierhonderd gewapende mannen naar Karmel, waar Nabal zijn kuddes laat weiden.

Abigaïl lost het op

Abigaïl, die al eerder als vrouw met ‘een helder verstand’ en ‘mooi om te zien’ geïntroduceerd was, komt meteen in actie. Alles wat zij doet, is over-the-top. Tegen haar gulle cadeaus en dramatische verontschuldigingen kan David dan ook niet op (en haar aantrekkelijke uiterlijk zal ook wel het nodige hebben bijgedragen). Abigaïl brengt de golven van Davids woede tot bedaren, en verzekert zichzelf gaandeweg van een positie aan zijn zijde. Handelt ze vooral uit eigenbelang, of is haar er echt aan gelegen dat de toekomstige koning geen bloedschuld op zichzelf laadt? Misschien hoeven we niet te kiezen: voor de verteller gaan pragmatisme en ideaal prima samen.

Wijze vrouwen en mannen

Het is een vermakelijk verhaal, waarin de schrijver zijn boodschap verpakt op een manier waar de eerste luisteraars van gesmuld zullen hebben. Maar het is natuurlijk meer dan dat. Abigaïl staat niet op zichzelf. Ze is maar één in een rij van wijze vrouwen die inzicht en moed – lef – combineren om een schijnbaar vanzelfsprekende gang van zaken een andere kant op te sturen: de vindingrijke vroedvrouwen in Egypte, de wijze vrouw uit Tekoa (2 Samuel 14), de al even wijze vrouw uit Abel-Bet Maächa (2 Samuel 20), en misschien ook wel de Fenicische vrouw die Jezus op andere gedachten weet te brengen (Marcus 7:24-30). Ze dagen de gevestigde orde uit en roepen die ter verantwoording, soms op basis van hun functie, soms gewoon omdat ze op het juiste moment op de juiste plek zijn. En het zijn ook niet alleen vrouwen die die rol vervullen. Denk bijvoorbeeld aan de Nubiër Ebed-Melech, die Jeremia uit de put redt (Jeremia 38). Wat hen met elkaar verbindt, is dat hun ethisch kompas afgesteld blijft op wat ze – intuïtief, uit de Torah of de lessen van Jezus – als ‘goed’ hebben leren kennen. Zo weten ze midden in de maalstroom van gebeurtenissen het hoofd koel en het hart warm te houden.

Anne-Mareike Schol-Wetter is Hoofd Bijbelgebruik bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Deze blog is een bewerking van een tekst die ze eerder schreef voor het Friesch Dagblad.

Gerelateerde berichten

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.20.14
Volg ons