Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Lucas 20:9-19 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte?

Bekijk de video

Blijf op de hoogte

Ter inspiratie: Welke opbrengst wil God van ons?

6Is dit niet het vasten dat Ik verkies:

misdadige ketenen losmaken,

de banden van het juk ontbinden,

de verdrukten bevrijden,

en ieder juk breken?

7Is het niet: je brood delen met de hongerige,

onderdak bieden aan armen zonder huis,

iemand kleden die naakt is,

je bekommeren om je medemensen?

Jesaja 58:6-7NBV21Open in de Bijbel

Uitgelicht

Uit de tweede eeuw is er een positieve variant op de gelijkenis van de wijnbouwers bekend. Deze wordt ingeleid als een gelijkenis over het vasten, dat hier in de lijn van Jesaja verstaan wordt als het zich houden aan Gods geboden.

[De engel spreekt:] ‘Luister naar de gelijkenis die ik je ga vertellen over het vasten. Iemand had veel slaven en een stuk land. Op een gedeelte daarvan plantte hij een wijngaard. Toen hij wilde vertrekken, koos hij een zeer betrouwbare en gewaardeerde slaaf uit, riep hem bij zich en zei: “Ik draag deze wijngaard, die ik heb geplant, aan je over. Omhein hem, maar doe er tot ik terugkom verder niets aan! Als je déze opdracht nakomt, zal je als vrij man bij me mogen wonen.” Toen de heer weg was nam de slaaf de leiding over de wijngaard en omheinde die. Toen dat klaar was, zag hij dat de wijngaard vol onkruid stond. Hij dacht: “Ik heb de opdracht van de heer uitgevoerd. Nu zal ik de wijngaard omspitten, en als hij klaar is zal hij veel mooier zijn. Zonder onkruid zal hij niet meer verstikt worden en meer vrucht geven.” Hij begon de wijngaard om te spitten en verwijderde het onkruid. De wijngaard werd erg mooi en bloeide prachtig. Na enige tijd kwam de eigenaar terug en zag dat de wijngaard niet alleen goed omheind was, maar ook goed verzorgd, met de wijnstokken in bloei. Toen verheugde hij zich over het werk van de slaaf. Hij riep zijn geliefde zoon, de erfgenaam, en zijn vrienden bij zich. Hij zei tegen hen: “Ik heb deze slaaf vrijheid beloofd als hij mijn opdracht zou uitvoeren. Dat heeft hij gedaan en bovendien heeft hij goed werk aan de wijngaard verricht. Dat bevalt mij zeer. Ik wil hem mede-erfgenaam maken, samen met mijn zoon, want hij heeft het goede idee dat hij had niet opzijgezet, maar ten uitvoer gebracht.” De zoon was het hier van harte mee eens.’

Bron: Pastor van Hermas 55:1-8. Vertaling A.F.J. Klijn, aangepast en ingekort.

Meer weten?

Bijbel Basics

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.44.0
Volg ons