Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Context en aantekeningen bij Johannes 20:1-18

Het Evangelie volgens Johannes 

hand-swipe-horizontalSwipe om alle gegevens te zien

Plek van deze passage in het geheel

Opbouw en kern van de passage

Uitgelicht

Niet voor niets situeert Johannes de opstanding in een tuin, en staat daarbij de ontmoeting tussen Jezus en Maria centraal. Deze plaats en ontmoeting herinnert aan die eerste twee mensen in de paradijstuin. Zo duidt Johannes aan dat Jezus’ opstanding de weg vrijmaakt naar herstel voor heel de schepping van het leven zoals God het van oorsprong heeft bedoeld.

Aantekeningen 

Opstanding

1Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria van Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen voor het graf was weggehaald.

Johannes 20:1NBV21Open in de Bijbel

2Ze liep snel weg, naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.’

Johannes 20:2NBV21Open in de Bijbel

2Ze liep snel weg, naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.’

Johannes 20:2NBV21Open in de Bijbel

7en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde.

Johannes 20:7-8NBV21Open in de Bijbel

9Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan.

Johannes 20:9NBV21Open in de Bijbel

11Maria stond bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf,

Johannes 20:11NBV21Open in de Bijbel

12en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen.

Johannes 20:12NBV21Open in de Bijbel

13‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd.’

Johannes 20:13NBV21Open in de Bijbel

14Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was.

Johannes 20:14NBV21Open in de Bijbel

15‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd, dan kan ik Hem meenemen.’

Johannes 20:15NBV21Open in de Bijbel

16Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dit Hebreeuwse woord betekent ‘meester’.)

Johannes 20:16NBV21Open in de Bijbel

17‘Houd Me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’

Johannes 20:17NBV21Open in de Bijbel

18Maria van Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had.

Johannes 20:18NBV21Open in de Bijbel

Achtergrondinformatie

Bijbel Basics

Toelichting bij kernwoorden en begrippen

Verdieping bij thema’s

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.45.0
Volg ons