Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Context en aantekeningen bij Handelingen 16:16-34

Hier vind je informatie over de context van Handelingen 16:16-34 en aantekeningen bij de tekst.

Het boek Handelingen als geheel

Het boek ‘De handelingen van de apostelen’ is een boek over het begin en de ontwikkeling van de christelijke kerk. Lees hier meer over de inhoud en de opbouw van het boek.

Wilbert Dekker schreef een verdiepend artikel bij het boek Handelingen: De geloofwaardigheid van het evangelie en zijn verkondigers als sleutel tot het boek Handelingen.

Plek van deze passage in het geheel

Het verhaal over de gebeurtenissen in Filippi vindt plaats tijdens de tweede zendingsreis van Paulus, die deze keer Silas als reisgezel heeft (Hand. 15:36-18:22). Naast korte beschrijvingen van de reis zelf en diverse gebeurtenissen onderweg, biedt Lucas uitgebreidere verslagen van de gebeurtenissen in Filippi, Athene en Korinte. In elk van deze steden vindt een confrontatie plaats met een andere tegenstander: in Korinte met de plaatselijke Joden, in Athene met de plaatselijke filosofen en in Filippi met de Romeinse autoriteiten. Lucas vermeldt expliciet dat Filippi ‘een belangrijke stad in dat deel van Macedonië’ is, ‘die volgens Romeins recht wordt bestuurd’ (Hand. 16:12).

Bij de voorlezing van Handelingen 16:16-34 is het aan te bevelen expliciet te maken waar het verhaal zich afspeelt. Dit kan op verschillende manieren:

  • Handelingen 16:12 toevoegen aan de lezing, waarbij de eerste woorden dan kunnen luiden: ‘We reisden naar Filippi’ enzovoort.
  • Het gedeelte inleiden met het kopje dat in de NBV21 boven vers 11 staat: ‘De gebeurtenissen in Filippi’.
  • In vers 16 ‘in Filippi’ aanvullen: ‘Een andere keer, toen we in Filippi weer op weg waren (…)’.

Opbouw en kern van de passage

Handelingen 16:16-34 is een uitsnede van het verhaal over de gebeurtenissen in Filippi (Hand. 16:11-40). Qua vorm is het een chiasme: A-B-C-B-A. De A-gedeelten vormen de raamvertelling, waarbinnen op een levendige manier de confrontatie met de Romeinse burgerij wordt beschreven. B1 is de opstap naar het juridische conflict in de andere B-gedeelten. Het zwaartepunt van de vertelling ligt in gedeelte C.

  • A 16:11-15: Paulus en zijn metgezellen (‘wij’) komen aan in Macedonië en verblijven in Filippi, een Romeinse kolonie. Als ze de gebedsplaats buiten de stad bezoeken, bekeert Lydia zich.
  • B1 16:16-18: Paulus bevrijdt een jonge slavin van een geest.
  • B2 16:19-24: Paulus en Silas worden door de Romeinse eigenaars opgepakt en komen in de gevangenis terecht.
  • C 16:25-34: Door een aardschok kunnen de gevangenen ontsnappen, maar dat doen ze niet. De gevangenbewaarder komt tot geloof.
  • B 16:35-39: Paulus en Silas wijzen de stadsbestuurders op hun Romeinse rechten en mogen gaan.
  • A 16:40 Terugkeer naar het huis van Lydia.

Uitgelicht

Lucas thematiseert de verhouding van het evangelie tot het Romeinse recht, bestuur, en de Romeinse levenswijze en tot de manier waarop Romeinen daarmee omgaan. Een conflict ontstaat rond de uitbuiting van een jonge vrouw, van wie de eigenaars zich beroepen op de Romeinse levenswijze. Het bestuur neemt een loopje met het recht en moet uiteindelijk buigen voor Paulus en Silas, die zich succesvol beroepen op hun Romeinse burgerrecht. De conclusie is dat het evangelie in elk geval niet op gespannen voet staat met het Romeinse recht. Tegelijk wordt de vraag opgeroepen: wie wordt er door het recht beschermd? En wiens heerschappij is rechtvaardig?

Aantekeningen

Bij vers 16

16Een andere keer, toen we weer op weg waren naar de gebedsplaats, kwamen we een jonge slavin tegen die bezeten was door een geest en zo de toekomst kon voorspellen. Met haar waarzeggerij verdiende ze veel geld voor haar eigenaars.

Handelingen 16:16NBV21Open in de Bijbel

  • een geest (…) voorspellen: Letterlijk ‘een python-geest’, d.w.z. een waarzeggende geest. Python is hier in een generieke betekenis gebruikt (‘waarzeggend’), maar is oorspronkelijk een verwijzing naar de mythische slang die het orakel van Delfi bewaakte en geassocieerd werd met Apollo. Volgens Lucas was deze slavin door een demon bezeten.
  • verdiende ze veel geld: Net als in Handelingen 8:9-24 en 19:11-40 is het vergaren van rijkdom nauw verbonden met magische praktijken. Handelingen zet zo religieuze praktijken waaruit financieel gewin wordt behaald in een kwaad daglicht (zie voor het tegendeel Hand. 20:33).

Bij vers 17

17Terwijl ze achter Paulus en ons aan liep, schreeuwde ze aan één stuk door: ‘Deze mensen zijn dienaren van de allerhoogste God en verkondigen u hoe u gered kunt worden!’

Handelingen 16:17NBV21Open in de Bijbel

  • Deze mensen zijn dienaren van de allerhoogste God: Net zoals in het Evangelie volgens Lucas kunnen demonen zakelijk juist oordelen (vergelijk Lucas 4:34, 41), en net zoals Jezus weet Paulus de demon het zwijgen op te leggen. De titel ‘allerhoogste God’ wordt ook toegepast op heidense goden en is dus ook bekend bij niet-Joden.
  • hoe u gered kunt worden: Zie voor het thema ‘redding’ in dit boek Hand. 2:40; 2:47; 4:12; 11:14; 13:26; 15:11; 16:30, 31; 28:28.

Bij vers 18

18Dat ging verscheidene dagen zo door. Toen Paulus er genoeg van kreeg, draaide hij zich om en zei tegen de geest: ‘Ik beveel je in de naam van Jezus Christus: verlaat haar!’ En op datzelfde moment ging de geest uit haar weg.

Handelingen 16:18NBV21Open in de Bijbel

  • Toen Paulus er genoeg van kreeg: Opvallend is dat Paulus hier vooral vanuit zijn eigen ergernis lijkt te handelen. Wat de geest zegt is waar, maar het probleem is dat de boodschap uit een troebele bron komt (vgl. Luc. 4:33-35). Bovendien: een orakelende vrouw van lage status mag dan wel bij het gewone volk een populair vermaak geweest zijn, zowel vanuit Joodse als vanuit hogere Grieks-Romeinse kringen werd op dit soort praktijken neergekeken. Deze negatieve waardering werpt overigens een cynisch licht op de claim van de eigenaars de Romeinse zeden te verdedigen (zie vers 21).
  • in de naam van Jezus Christus: D.w.z. door het gezag en de kracht van Jezus Christus. Toen Jezus demonen uitdreef, hoefde Hij geen ander gezag aan te roepen dan het zijne.

Bij vers 19-20

19Toen haar eigenaars merkten dat ze hun bron van inkomsten kwijt waren, grepen ze Paulus en Silas vast en sleurden hen naar het marktplein, 20waar ze hen voorleidden aan de stadsbestuurders. Ze zeiden: ‘Deze mensen brengen onze stad in rep en roer. Het zijn Joden,

Handelingen 16:19-20NBV21Open in de Bijbel

  • kwijt waren: In het Grieks staat hier hetzelfde werkwoord als in vers 18, dat daar met ‘ging uit (…) weg’ is vertaald. De jonge vrouw is verlost van haar demon en de eigenaars zijn hun inkomstenstroom kwijt. Als gevolg van die bevrijding worden Paulus en Silas gevangengenomen, maar aan het eind van het verhaal (vers 40) staat opnieuw hetzelfde werkwoord, daar ‘verlaten’ Paulus en Silas de gevangenis.
  • marktplein, waar (…) stadsbestuurders: De agora was de plaats waar de stadbestuurders civielrechtelijke zaken behandelden. In een Romeinse kolonie waren pretoren (hoge magistraten) met de rechtspraak belast. In de brontekst wordt in 16:19 een algemene term gebruikt voor ‘stadsautoriteiten’, die in 16:20 wordt gevolgd door de meer specifieke term ‘pretoren’. In de vertaling is gekozen voor het gebruik van de term ‘stadsbestuurders’ als weergave van ‘pretoren’ (vergelijk de vertaling ‘gerechtsdienaren’ voor ‘lictoren’ in 16:35). Om verdubbeling te voorkomen, moest in 16:19 de algemene term vervallen. De samenhang tussen ‘marktplein’ en ‘stadsbestuur’ komt voldoende tot uiting door de verbinding ‘waar’.
  • die een levenswijze verkondigen: Romeinse magistraten konden iemand veroordelen voor het verstoren van de openbare orde, maar er was geen algemeen beleid tegen Joden die een niet-Romeinse levenswijze verkondigden. De aanklacht appelleert aan anti-Joodse sentimenten en doet het voorkomen of het algemeen belang in het geding is. Het eigenbelang van de klagers blijft ongenoemd. In plaats van een keurige aanklacht in te dienen vanwege economische schade, stoken de eigenaars het vuurtje van de zogenaamd bedreigde Romeinse identiteit op. Onder druk zien de Romeinse bestuurders af van een fatsoenlijke rechtsgang.
  • Romeinen: In vers 12 was Filippi aangeduid als Romeinse kolonie (‘die volgens Romeins recht wordt bestuurd’), hier wordt een groep inwoners aangeduid als Romeinen, en in vers 37-38 wijst Paulus erop dat hij en Silas Romeinse burgerrechten bezitten. Zie ook de secties ‘De plek van deze passage in het geheel’ en ‘Opbouw en kern van de passage’ hierboven.

Bij vers 26

26Plotseling deed zich een hevige aardschok voor, zodat de gevangenis op haar grondvesten trilde; alle deuren sprongen open en bij iedereen schoten de boeien los.

Handelingen 16:26NBV21Open in de Bijbel

  • aardschok: Een aardschok werd gezien als een goddelijke handeling; voor wonderlijke ontsnappingen uit de gevangenis zie Handelingen 5:17-21; 12:6-11.

Bij vers 27

27De gevangenbewaarder schrok wakker, en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis openstonden, trok hij zijn zwaard om zelfmoord te plegen, want hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren.

Handelingen 16:27NBV21Open in de Bijbel

  • ontsnapt: Een cipier die een gevangene liet ontsnappen werd daarvoor gestraft met de straf van de gevluchte misdadiger. Als gevolg van Petrus’ ontsnapping liet Herodes de bewakers ter dood brengen (Hand. 12:19).

Bij vers 28

28Maar Paulus riep hem luidkeels toe: ‘Doe uzelf niets aan, we zijn immers nog allemaal hier!’

Handelingen 16:28NBV21Open in de Bijbel

  • nog allemaal hier: Lucas laat open waarom de gevangenen niet zijn ontsnapt. Wellicht komt dat door het charisma van Paulus. Of de gevangenen waren zo ontzet door de aardschok dat ze bleven zitten waar ze zaten.

Bij vers 30

30Hij bracht hen naar buiten en vroeg: ‘Heren, wat moet ik doen om gered te worden?’

Handelingen 16:30NBV21Open in de Bijbel

  • Heren: In de NBV21 is de toevoeging ‘Zegt u mij’ van de Nieuwe Bijbelvertaling geschrapt, want zo’n explicitering is alleen verdedigbaar als die de goede toon van de vraag aangeeft. Maar dat doet deze toevoeging niet.
  • om gered te worden: Sommige uitleggers vinden het niet voor de hand liggend dat de bewaker zich druk maakt om zijn eeuwige verlossing; hij moet vooral voor zijn leven hebben gevreesd. Dat zou leiden tot een andere vertaling: ‘om me hieruit te redden’. Paulus benut in dat geval in vers 31 deze gelegenheid om hem de redding van de Heer Jezus te verkondigen. Anderen wijzen erop dat een aardbeving vaak als een goddelijk ingrijpen gezien werd en dat de cipier dus moet hebben gedacht dat de god van Paulus en Silas kwaad was vanwege het opsluiten van zijn dienaren. In het Grieks hoeven beide interpretaties elkaar niet uit te sluiten; in de formulering van de gevangenisbewaarder blijft open of Paulus en Silas (‘heren’) goddelijke figuren zijn (vgl. Hand. 14:11) en hoe de redding eruitziet. Hij wil in elk geval in de gunst komen van de goddelijke macht die Paulus en Silas vertegenwoordigen.

Bij vers 32

32En ze verkondigden de boodschap van de Heer aan hem en aan iedereen die bij hem woonde.

Handelingen 16:32NBV21Open in de Bijbel

  • boodschap van de Heer: In Handelingen is het Griekse woord logos, wanneer het om de verkondiging van het evangelie gaat, met ‘boodschap’ vertaald als het om een concrete boodschap gaat en met ‘woord’ als het in abstractere zin gebruikt wordt (bijv. Hand. 6:4).

Bij vers 34

34Hij bracht hen naar zijn woning en zette hun daar een maaltijd voor. Hij en al zijn huisgenoten waren buitengewoon verheugd dat zij nu in God geloofden.

Handelingen 16:34NBV21Open in de Bijbel

  • waren buitengewoon verheugd dat zij nu in God geloofden: In het Grieks staan de werkwoorden in het enkelvoud (‘hij verheugde zich dat hij nu in God geloofde’). De vraag is waar ‘met al zijn huisgenoten’ bij hoort: bij de vreugde (NBV), het geloof (NBG 1951) of allebei (NBV21)? De twee belangrijkste argumenten om de frase op beide werkwoorden te betrekken en de werkwoorden in het meervoud te zetten zijn de volgende. 1. Het tweede werkwoord is in het Grieks een deelwoord en is daarom sterk verbonden met het eerste. 2. Bij de eerdergenoemde stappen in het bekeringsproces zijn steeds de huisgenoten betrokken: de verkondiging en de doop (vers 32-33). Het ligt voor de hand dat dat ook het geval is bij de vreugde én bij de status van gelovige. Ook als bij Lucas de focus vooral zou liggen op het geloof van de gevangenbewaarder, is hij de figuur die de anderen representeert. Dat zullen de eerste hoorders sterker aangevoeld hebben dan hedendaagse.

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen

Verdieping bij thema’s

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons