Lucas 19:28-40 – Preekinspiratie


Waar gaat het om in dit gedeelte?
Jezus nadert Jeruzalem op koninklijke wijze, rijdend op een jong veulen. Zijn leerlingen spreiden hun mantels uit, juichen, en eren God om de wonderdaden die ze gezien hebben. Ze roepen Jezus uit tot koning in Gods naam en bezingen de vrede die Hij brengt.
De ontvangst is paradoxaal. Waar normaal de menigte de juichkreet overneemt, eisen de farizeeën hier dat Jezus zijn leerlingen het zwijgen oplegt. Jeruzalem erkent zijn koningschap niet. Jezus’ slotwoord is veelzeggend: zijn koningschap houdt stand, zelfs als mensen Hem afwijzen. Dit wijst naar Gods plan waarin de messias moet lijden om zijn glorie binnen te gaan.
De intocht markeert het begin van de beslissende fase van Jezus’ leven op aarde.
Klik hier om deze passage te lezen in de NBV21
Invalshoeken voor de verkondiging
- De weg van God: Jezus’ intocht toont een koning die niet voldoet aan aardse verwachtingen. Hij komt op een veulen, eenvoudig en nederig. Zijn weg naar de troon loopt via het kruis. Wat betekenen macht en grootheid in Gods koninkrijk? En hoe herkennen wij Gods weg wanneer die anders is dan we verwachten?
- De feeststemming zet niet door. De stad die Gods vrede had moeten verwelkomen, wijst haar vredevorst af. Dat Gods redding wordt afgewezen, is een veelvoorkomend Bijbels motief. Het is gemakkelijk om anderen hiervan te betichten. Maar misschien is dit soms ook op onszelf van toepassing?
- De farizeeën eisen dat de leerlingen zwijgen, maar Jezus zegt dat dan de stenen zouden roepen. Gods waarheid laat zich niet het zwijgen opleggen. De lofprijzing van de leerlingen, gebaseerd op Jezus’ daden, moet doorklinken. Volgen wij in hun spoor of zwijgen wij uit angst of ongemak als Gods goedheid om getuigenis vraagt?
Context van Lucas 19:28-40
Het Evangelie volgens Lucas als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Lucas vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Lucas
Voor verdieping bij het Evangelie volgens Lucas als geheel, zie dit artikel van Arco den Heijer, ‘Het Evangelie volgens Lucas in het Jubeljaar van de Hoop’
Plek van deze passage in het geheel
Met de intocht in Jeruzalem (19:29-46) eindigt het gedeelte over het laatste stuk van Jezus’ reis naar Jeruzalem. Dan beginnen de slotdelen van het Evangelie volgens Lucas (19:46-24:53). Eerst vertelt Lucas over Jezus’ onderwijs in de tempel (19:46-21:38) en hij vervolgt dan met het lijdensverhaal en de opstandingsverhalen (22:1-24:53).
Opbouw en kern van de passage
De tekst kan in vieren worden onderverdeeld:
(1) Vers 28 is erbij genomen (hoewel het in veel Bijbels juist de voorafgaande perikoop afsluit) omdat dit vers voor de hoorders aangeeft dat Jezus nu Jeruzalem nadert.
(2) Vers 29-36, het langste onderdeel, beschrijft de voorbereidingen en de start van Jezus’ intocht.
(3) Vers 37-38 vormt de climax, de intocht van Jezus, toegejuicht en bezongen door zijn leerlingen.
(4) Het eindigt in vers 39-40 met een zeer korte discussie tussen de farizeeën, die het eerbetoon aan Jezus afwijzen, en het slotwoord van Jezus.
In Lucas 19:28-40 nadert Jezus de plaats waar de beslissende fase van zijn aardse leven zal plaatsvinden: Jeruzalem. Hij nadert de stad op koninklijke, messiaanse wijze. De leerlingen noemen zijn wonderdaden om te laten zien dat Hij de door God aangewezen vredevorst is, zoals bij zijn geboorte was aangekondigd. Jeruzalem neemt die huldiging echter niet over.
Het verhaal over Jezus’ aankomst bevat veel van de gebruikelijke onderdelen van de feestelijke manier waarop een hoogwaardigheidsbekleder destijds ontvangen werd, maar de reactie van de menigte valt uit de toon. Samen met Jezus’ antwoord wijst dit erop dat zijn koningschap zich zal doorzetten, maar niet op een aardse maar op een hemelse manier.
Eigen accenten Lucas, in vergelijking met Matteüs en Marcus
Parallel hiermee: Matteüs 21:1-11; Marcus 11:1-11; vgl. Johannes 12:12-19.
- Omdat het verhaal over Jezus’ aankomst en intocht in Jeruzalem aan specifieke plaatsen is gebonden en bij Marcus is verweven met het verhaal over de vervloeking van de vijgenboom, geven de overeenkomsten en verschillen tussen de evangeliën hier een complex beeld.
- Alleen bij Lucas en Johannes klinkt het woord ‘koning’.
- Alleen bij Lucas en Matteüs vindt het profetische optreden in de tempel op dezelfde dag plaats als de intocht op de ezel.
- Lucas laat het verhaal over de vervloeking van de vijgenboom weg.
- Net als Marcus, maar in tegenstelling tot Matteüs en Johannes, presenteert Lucas de messiaanse aankomst niet primair als vervulling van de profetie van Zacharia.
Aantekeningen per vers
Bij vers 28
- Dit vers hoort in de NBV21 bij de voorafgaande perikoop, maar het voorlezen ervan is nuttig om de hoorders houvast te geven. Het middendeel van het Evangelie volgens Lucas bestaat uit verhalen die zich afspelen tijdens Jezus’ reis naar Jeruzalem (Luc. 9:51-19:46). Jezus’ aankomst is het sluitstuk van het laatste stuk van deze reis, die het traject Jericho-Jeruzalem beslaat (Luc. 18:35-19:46).
Bij vers 29
Intocht in Jeruzalem
- Voorbereiding en begin van de feestelijke optocht. Voor de eerste hoorders van het evangelie volgde dit verhaal het bekende patroon van de aankomst (parousia) van een hoogwaardigheidsbekleder. Zo’n processie begon buiten de stad en er was soms een opvallend rijdier bij betrokken. Ook hier is er veel aandacht voor de jonge ezel.
- Betfage en Betanië: Door de vermelding van deze dorpen op de Olijfberg, ten oosten van Jeruzalem, wordt de spanning van de naderende confrontatie en het dramatische einde in de grote stad verscherpt.
- Olijfberg: Gelegen ten oosten van Jeruzalem, uitziend op de tempel en verbonden met messiaanse en eschatologische verwachtingen (Ezech. 11:23; Zach. 14:4).
Bij vers 30
- vastgebonden: Zie Gen. 49:10-11. Typeert het veulen als een messiaans rijdier.
- veulen: Zie Zacharia 9:9, typeert opnieuw het veulen als een messiaans rijdier. Het binnenrijden van Jeruzalem op een ezel is een teken van koningschap (zie 2 Sam. 18:9; 19:26; 1 Kon. 1:33‑40).
- nog nooit door iemand bereden: Dit kunnen de leerlingen niet zien. Het geeft aan waarom Jezus op dit dier wil rijden: het is exclusief bestemd voor Hem die het eeuwige koningschap zal bekleden. Zie ook Numeri 19:2, Deuteronomium 21:3 en 1 Samuel 6:7 voor dieren die nog geen juk gedragen hebben en exclusief voor de dienst voor God bestemd zijn; en Lucas 23:53.
Bij vers 31-34
- De Heer (…) de eigenaars (…) De Heer: Er is hier een woordspel tussen de woorden ‘Heer’ en ‘eigenaar’: het Grieks gebruikt voor beide het woord kurios. Wie de eigenaars als ‘Heer’ hebben opgevat, is ambigu: de leerlingen en wij weten dat het om Jezus gaat, maar de eigenaars zullen wellicht eerder aan God gedacht hebben (vgl. Luc. 1:76 en 19:38).
Bij vers 35-36
- Ze wierpen hun mantels over het dier: De intocht in Jeruzalem heeft een koninklijke allure: zie 1 Koningen 1:33-40.
- spreidden (…) hun mantels: Ter begroeting van een koning (zie 2 Kon. 9:13).
Bron: Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen, aangepast
Bron: Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen
Bij vers 37-38
- Gewoonlijk werd een heerser bij een intocht geprezen door de deelnemers aan de optocht (bijv. 1 Kon. 1:34). Hier is de lof gericht op God en ‘Hij die komt (…) in naam van de Heer’. Dit is typisch voor Lucas’ boodschap: Jezus brengt Gods redding naar zijn volk.
- leerlingen: Onderscheiden van de menigte (anders dan in andere versies van dit verhaal).
- wonderdaden: Zo bracht Jezus vrede op aarde (zie Luc. 2:14; 4:18-19; 7:22).
- Gezegend Hij die (…) Allerhoogste: De eerste zin citeert Psalm 118:26, waaraan ‘als koning’ is toegevoegd. Oorspronkelijk werden met dit psalmvers de pelgrims begroet in de tempel. In deze formulering wijst het op de door God aangewezen koning. In de tweede zin geven de leerlingen als het ware antwoord vanaf de aarde op de hemelse lofzang van de engelen (Luc. 2:14), zie ook de aantekening bij ‘wonderdaden’. De uitspraak ‘Vrede in de hemel’ is waarschijnlijk bedoeld als een nadere bepaling van Jezus’ koningschap als hemels (vgl. Luc. 1:32-33; 24:26; Hand. 2:36) en corrigeert de gedachte dat Jezus zijn koningschap meteen op aarde zou vestigen (zie Luc. 19:11).
Bij vers 39-40
- Bij een feestelijke intocht haalde het volk de hoogwaardigheidsbekleder gewoonlijk binnen, waarbij de menigte instemde met de lofprijzingen van de deelnemers aan de processie. Hier gebeurt het tegenovergestelde.
- farizeeën: De laatste keer dat zij in dit evangelie verschijnen. Ze treden op als vertegenwoordigers van de menigte.
- berisp uw leerlingen: In plaats van in te stemmen met de lofprijzingen, willen de farizeeën in de menigte de leerlingen het zwijgen opleggen. ‘Jeruzalem’ erkent daarmee Jezus’ koningschap niet.
- dan (…) stenen het uitschreeuwen: Deze uitspraak kan op ten minste twee manieren uitgelegd worden. De eerste is dat Jezus op bedekte wijze de verwoesting van Jeruzalem aankondigt (zie Luc. 19:44; 21:5-6; Hab. 2:11). Eenvoudiger is de uitleg dat Jezus op een hyperbolische manier zegt dat niemand de verkondiging van zijn koningschap kan tegenhouden.
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Inspiratie in video en tekst
Bekijk de video
met dr. Henk Post, auteur en voorganger (Veenendaal)
Ter inspiratie: De ontvangst van Gods koning
Wanneer er een verkiezingsoverwinning is behaald, heerst er vaak een verwachtingsvolle sfeer. De winnende politicus wordt met gejuich ontvangen door zijn aanhangers. Maar er is ook twijfel en kritiek. Er wordt teruggeblikt op vroegere prestaties en vooruitgeblikt naar wat beloofd is. Er is debat: wat is nu goed voor het land?
Jezus’ aankomst bij Jeruzalem is in bepaalde opzichten een vergelijkbaar moment. Hij komt als de door God aangewezen koning, rijdend op een veulen dat exclusief voor de Heer is bedoeld. De leerlingen verwijzen in hun lofprijzing naar de wonderdaden die Jezus in het verleden verricht heeft en waarin Gods vrede op aarde ervaarbaar werd. De feestelijke intocht symboliseert Jezus’ koningschap, maar anders dan de mensen rond Jezus in het verhaal weten de lezers van Lucas natuurlijk dat Gods koninkrijk niet direct bij Jezus’ komst zou aanbreken en zijn weg anders zou lopen dan velen verwachtten. Jezus’ klacht over Jeruzalem in vers 42 geeft een aanwijzing voor de vraag die hier aan de orde is: wat kan vrede brengen?
De paradox van Jezus’ aankomst komt tot uiting in de reactie van de farizeeën in de menigte, die de leerlingen het zwijgen willen opleggen. Dat staat haaks op het verwachtingspatroon; normaliter stemde bij zo’n blijde intocht de menigte in met de lofprijzingen van de deelnemers aan de processie. Maar, zo vertelt Lucas, de hogepriesters en leiders roepen liever om een crimineel (Luc. 23:18-19).
Jezus’ reactie is veelzeggend: zijn koningschap houdt stand, dwars door de menselijke afwijzing heen. Dat wijst op Gods plan: de messias moet immers al dat lijden ondergaan om zijn glorie binnen te gaan (Luc. 24:26). Dat is de weg die vrede brengt.
