Wat het nieuwe jaar ons gaat brengen, kunnen we nog niet weten. Zoals er in december veel werd teruggeblikt, wordt er om ons heen in deze dagen veel vooruitgekeken, hoopvol of somber, al naar gelang. Maar misschien is het zinvoller om ons af te vragen hoe wijzelf het nieuwe jaar binnengaan. We zijn tijdreizigers, of we willen of niet. Hebben we ons door de tijd tegen wil en dank over het randje van het nieuwe jaar laten duwen, zodat we nu onwennig en onwillig op een leeg nieuw kalenderblad zitten? Of zijn we zelf nieuwsgierig om het hoekje van het nieuwe jaar geslopen, op zoek naar wat daar allemaal te beleven valt?
Ik stel voor dat we vandaag de wijzen uit het oosten, of de Drie Koningen zo u wilt, als gids nemen voor onze reis het nieuwe jaar in. We gaan ons niet afvragen wie ze precies waren. We gaan niet naar hun papieren vragen – het zou zomaar kunnen dat ze ongedocumenteerd zijn. Wil je dat precies uitzoeken, dan loop je de kans dat ze zomaar opeens in het niets oplossen. Daarom stel ik voor dat we ze nemen zoals ze in het Evangelie zijn komen aanrijden. Wat we ze daar zien doen, wil ik in vijf punten beschrijven, en elk punt kan voor ons een leerpunt zijn. Een goed voornemen als u wilt, of een recept voor het nieuwe jaar.
Punt één: aandachtig zijn. Ze hebben de hemel gelezen, niet toevallig een keertje maar avond aan avond, met liefde en aandacht voor wat er altijd al was. Ze hebben zich niet na een paar keer afgewend en verveeld geroepen: dat weten we nu wel. Ze zijn blijven kijken, naar elkaar blijven luisteren, ze hebben langs elkaars vingers omhoog gekeken: zie jij dat ook, zou dat nu echt? Aandachtig zijn, elke dag!
Twee: in beweging komen. Als er dan iets bijzonders gebeurt, reageer dan ook. Niet dat je er iets over roept en dat was het dan weer – nee, het mag een hele reis worden. Wat er op je pad komt, kan plannen overhoop gooien, het kan inbreken in je leventje. Maar juist zo kom je ergens waar je eerder nog niet was: in beweging komen.
En dan drie: over de drempel stappen. De wijzen doen dat in ons kleine verhaal tweemaal: ze bellen aan bij het paleis van Herodes, en ze stappen het kleine onderkomen van Maria en Jozef binnen. Aanbellen en je vraag stellen, dat doe je niet altijd even makkelijk. Van mezelf ken ik allerlei uitstelgedrag als ik ergens moet aanbellen, of opbellen, en vragen: klopt het wat ik heb gehoord? De wijzen zeggen dan: hup, aanbellen, gewoon gáán nu het kan.
Punt vier: jezelf geven en de ander ontvangen. Daar sta je dan, onwennig. Je stelt jezelf voor, je geeft een symbolisch geschenk, iets kleins dat zegt dat de ontmoeting waardevol is. Je laat de ander tot je doordringen. Het is een Godsontmoeting, elke keer als je jezelf geeft en als je de ander ontvangt. Het is kwetsbaar en krachtig.
Tenslotte punt vijf: de ander vrijlaten en zelf vrij zijn. De wijzen kwamen en ze gingen ook weer. Ze droegen de ontmoeting met het Christuskind mee in hun hart. Ze maakten er geen spektakel van. Ze deden er geen goede zaken mee. Ze claimden niet dat zij het wisten en een ander niet. Daarvoor waren ze innerlijk te rijk gezegend, te vol van vrede.
Hoe het met de wijzen verder is gegaan, wordt ons niet verteld, want nu zijn wij aan de beurt. Aandachtig zijn, in beweging komen, over de drempel stappen, jezelf geven en de ander ontvangen, de ander vrij laten en zelf vrij zijn, in Godsnaam en met het Christuskind in ons hart. Ik wens u een rijk gezegend jaar 2026.
door: dr. Piet van Veldhuizen
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 98-01
