Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

STAP 3 - Vergeef elkaar

Bijbeltekst(en)

Matteüs 18

15Als je broeder of zuster tegen je zondigt, moet je die persoon onder vier ogen daarop aanspreken. Als hij luistert, heb je hem teruggewonnen. 16Luistert hij niet, haal er dan een of twee anderen bij, want een aanklacht is rechtsgeldig met een verklaring van ten minste twee getuigen. 17Als hij ook naar hen niet luistert, leg het dan voor aan de gemeente. Weigert hij ook naar de gemeente te luisteren, behandel hem dan als een heiden of een tollenaar. 18Ik verzeker jullie: alles wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en alles wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn. 19Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. 20Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.’

21Daarop kwam Petrus bij Hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ 22Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven. 23Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren.

Matteüs 18:15-23NBV21Open in de Bijbel

Tot nu toe ging het steeds over zonde en vergeving tussen God en mensen. Maar wat nu als jou dingen zijn aangedaan? Moet je als christen anderen altijd vergeven?

Jezus geeft in Matteüs 18 duidelijke instructies aan zijn leerlingen: spreek iemand die verkeerd bezig is een paar keer op zijn of haar gedrag aan. Als die persoon luistert, kun je samen verder. Als hij of zij weigert, houdt het wel een keer op. Vervolgens vertelt Jezus een gelijkenis van een koning en zijn dienaar. De dienaar is zijn heer tienduizend talent schuldig – een gigantisch bedrag. Omdat hij deze enorme som geld niet kan terugbetalen, werpt hij zich aan de voeten van zijn heer. Hij smeekt om geduld en wil alles terugbetalen. De koning reageert onvoorstelbaar gul en scheldt hem alles kwijt. Meteen daarna ontmoet de dienaar een collega, die een kleine schuld aan hem heeft. Ook deze man erkent zijn schuld en vraagt om geduld. Toch scheldt de dienaar hem die schuld niet kwijt. Wanneer de koning dat te horen krijgt, is hij woest.

Jezus past die houding toe op God en op zijn leerlingen. God vergeeft iedereen die zijn schuld erkent, en dat verwacht Hij ook van mensen die in Hem geloven. Jij én anderen mogen geen slaaf blijven van fouten uit het verleden. Iedereen die zijn schuld erkent, mag volledige vernieuwing ervaren. Dat betekent wel dat je benoemt wat er fout is gegaan. Dat is de eerste stop op de weg van vergeving en verzoening.

Hoe kijk jij aan tegen het vergeven van anderen?
Hoe brengt vergeving jou en de ander vrijheid?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons