Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Dag 6: oordeel en redding

Jesaja 11 brengt de thema’s van oordeel en redding tot nieuwe hoogten. God belooft een toekomstige heerser die beter zal regeren dan de koningen uit Davids koningshuis. Deze heerser zal zowel oordelen als redding brengen. Die redding is er niet alleen voor Gods volk, maar óók voor de andere volken. Gods beloofde heerser brengt iedereen onder één vaandel samen.

Bijbeltekst(en)

Vrede en gerechtigheid door de telg van Isaï

1Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op,

een scheut van zijn wortels komt tot bloei.

2De geest van de HEER zal op hem rusten:

een geest van wijsheid en inzicht,

een geest van kracht en verstandig beleid,

een geest van kennis en ontzag voor de HEER.

3Hij ademt ontzag voor de HEER;

zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn,

noch grondt hij zijn vonnis op geruchten.

4Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel,

de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis.

Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond,

met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen.

5Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen

en trouw als een gordel om zijn heupen.

6Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam,

een panter vlijt zich bij een bokje neer;

kalf en leeuw zullen samen weiden

en een kleine jongen zal ze hoeden.

7Een koe en een berin grazen samen,

hun jongen liggen bijeen;

een leeuw eet stro, net als een rund.

8Bij het hol van een adder speelt een zuigeling,

een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.

9Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil

op heel mijn heilige berg.

Want kennis van de HEER vervult de aarde,

zoals het water de bodem van de zee bedekt.

10Op die dag zal de telg van Isaï

als een vaandel voor alle volken staan.

Dan zullen de volken hem zoeken

en zijn woonplaats zal schitterend zijn.

Terugkeer van de overgebleven Israëlieten

11Op die dag heft de Heer opnieuw zijn hand op

om wat van zijn volk nog overbleef vrij te kopen

uit Assyrië en Egypte,

uit Patros, Nubië en Elam,

uit Sinear en Hamat,

en van de eilanden in zee.

12Dan steekt Hij een vaandel op voor de volken.

Hij brengt bijeen wie uit Israël verdreven waren,

de vluchtelingen uit Juda brengt Hij samen,

van de vier uiteinden van de aarde.

13Efraïms afgunst zal verdwijnen,

aan Juda’s vijandschap komt een eind.

Efraïm is niet meer afgunstig op Juda,

Juda is Efraïm niet meer vijandig.

14Ze strijken neer op de flank van Filistea, aan de zee,

samen beroven zij de stammen in het oosten;

ze leggen de hand op Edom en Moab

en de Ammonieten zullen hun gehoorzamen.

15Dan zal de HEER de zeearm van Egypte splijten;

de Eufraat bedwingt Hij met zijn machtige adem,

Hij slaat het water uiteen in zeven beken

waar men droogvoets door kan gaan.

16Zo baant Hij een weg uit Assyrië

voor wat er van zijn volk nog overbleef,

zoals eens voor Israël, toen het wegtrok uit Egypte.

Jesaja 11:1-16NBV21Open in de Bijbel

Uitleg Jesaja 11:1-16
Een nieuw begin
Het is lastig om de historische achtergrond van deze tekst te achterhalen. Er wordt niet verwezen naar concrete historische gebeurtenissen, zoals eerder in Jesaja wel gebeurde. Eerder werd een goede heerser beloofd die aan een specifieke tijd en een specifieke koning werd verbonden. Maar in Jesaja 11 gaat het over een perfecte heerser die niet op een bepaald moment in de geschiedenis geplaatst wordt. Daarnaast wordt hier het koningshuis van David niet meer genoemd, zoals eerder wel het geval was. Met de stronk van Isaï sluit Jesaja niet direct bij een concrete koning uit het koningshuis van David aan, maar lijkt hij het over een nieuw begin te hebben. Dit vormt een kritiek op de arrogantie van het koningshuis van David. We beginnen opnieuw, bij een eenvoudige man, die al gekozen is vóór David in beeld kwam. We beginnen bij de keuze van God, niet bij de daden van menselijke koningen. Dit past mooi aan het eind van Jesaja 1-11: de oplossing voor het falende koningshuis van David is nu een stuk ingrijpender dan eerder – God begint opnieuw. Na het eerder gelezen Jesaja 7:13-14 en Jesaja 9:5-6, teksten die positief spraken over de voortzetting van het koningshuis van David, komen we nu bij de climax van Jesaja 1-11. God gaat wel verder met dezelfde familie, maar begint tegelijk opnieuw. Hij werkt om het menselijk falen heen.

Alle volken
Maar het gaat hier niet alleen over Gods volk en zijn koningshuis. Nadat de beloofde heerser zijn rechtvaardige oordeel velt, wordt duidelijk gemaakt dat God door deze heerser alle volken bijeen zal brengen (vers 10 en 12). Zowel Israël als de volken worden gered. De thema’s van oordeel en redding, die in heel Jesaja 1-11 een belangrijke rol spelen, komen op deze manier tot een hoogtepunt.

Verband met andere teksten: Gods redding van de volken en Israël
Paulus gebruikt Jesaja 11 (in de versie van de Griekse vertaling van het Oude Testament) in Romeinen 15:11-12, als onderdeel van citaten uit verschillende Bijbelboeken. Hij citeert hier Jesaja 11:10, maar voor zijn betoog is de context van dat vers ook belangrijk, namelijk Jesaja 11:11-12: niet alleen de volken (iedereen behalve Israël) zullen gered worden, maar ook de overlevenden van Gods volk. Dit is ook de reden dat Paulus dit vers en andere verzen uit Jesaja 1-11 citeert in de brief aan de Romeinen. De opeenvolging van de koppigheid van Gods volk, de daaropvolgende redding van de volkeren, en de redding van Gods volk wordt door Paulus in zijn eigen redenering opgenomen (zie Romeinen 11). Jesaja 11 blijkt goed te passen bij Paulus’ rol als apostel van de heidenen en zijn redenering in Romeinen.

Vragen

  1. 1.De beloofde heerser wordt in Jesaja 11:2-5 uitgebreid omschreven. Wat kun jij hiermee in je eigen leven?
  2. 2.Wat zou het verband zijn tussen ‘kennis van de Heer’ (vers 9) en de wereld die in de verzen daarvoor wordt beschreven?
  3. 3.In Jesaja 11:6-8 wordt een harmonieuze wereld beschreven. Waarom zou die wereld op deze manier (met beelden uit de natuur) omschreven zijn? Ken je andere Bijbelteksten die een harmonieuze wereld beschrijven?
  4. 4.Als je het beeld van een harmonieuze wereld naar onze tijd zou verplaatsen, welke personen of groepen zouden dan vreedzaam naast elkaar zitten of wonen?

Kader
Plaatsen en volken in Jesaja
In het boek Jesaja komen veel namen van plaatsen, gebieden en volken voor. Om te beginnen lees je regelmatig over ‘de volken’. Die term wordt gebruikt voor alle volken die niet bij Israël en Juda horen. Alle volken die niet Gods volk zijn, worden samen met de algemene term ‘volken’ aangeduid. Een soortgelijke term is ‘eilanden’. Met de eilanden worden waarschijnlijk kustgebieden en eilanden in de Middellandse Zee bedoeld. Vaak staat de term ‘eilanden’ in het boek Jesaja symbool voor alle volken behalve Israël en Juda, en betekent het woord dus hetzelfde als ‘de volken’. ‘Sion’ is de berg waar de stad Jeruzalem op gebouwd is, en wordt als naam voor de stad Jeruzalem gebruikt. Juda is het Zuidelijke rijk en de naam Efraïm wordt vaak voor het Noordelijke rijk gebruikt. De naam Israël wordt soms voor het Noordelijke rijk gebruikt, en soms voor beide rijken samen. Samaria is de hoofdstad van het Noordelijke rijk. Aram is een naburig rijk ten noordoosten van Israël met Damascus als hoofdstad. Edom is een naburig rijk ten zuiden van Israël, met als hoofdstad Bosra, en Moab en Ammon zijn twee rijken ten oosten van Israël. Assyrië is een machtig wereldrijk ten oosten van Israël dat uiteindelijk het Noordelijke rijk in ballingschap meevoert (aan het eind van de achtste eeuw voor Christus). Na Assyrië wordt Babylonië een machtig wereldrijk dat ten oosten van Israël ontstaat. Babel is de hoofdstad van het Babylonische rijk en Chaldea is een andere naam voor dat rijk. Het Zuidelijke rijk wordt in 586 voor Christus in ballingschap meegenomen door het Babylonische rijk. Na 538 voor Christus mogen de ballingen weer naar hun land terugkeren van de Perzen, die het Babylonische rijk veroverd hebben en op dat moment de macht hebben in het Oude Nabije Oosten.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.20.14
Volg ons