Dag 29 - Gods kinderen
‘Dan zul je begrijpen dat Ik in mijn Vader ben, dat jullie in Mij zijn en dat Ik in jullie ben.’ Johannes 14:20


Bijbeltekst(en)
Johannes 14
De manier waarop Johannes over Jezus schrijft, is niet altijd makkelijk. Hij schrijft bijvoorbeeld dat Jezus het Woord is dat bij God is en zelf God is, en dat Hij het licht is dat de wereld niet begrijpt. En wat Jezus in dit evangelie zegt, lijkt vaak zo geheimzinnig dat veel mensen het maar moeilijk of helemaal niet kunnen begrijpen.
Maar in het stukje van vandaag gebruikt Jezus een beeld dat de meeste mensen meteen zullen herkennen: dat van een huisgezin. Eerder noemde Hij zijn leerlingen al kinderen (Johannes 13:33). Nu belooft Hij dat Hij hen niet als wezen zal achterlaten. Ook zullen Jezus en de Vader bij iedereen wonen die van Hem houdt.
Inmiddels leven we bijna tweeduizend jaar na pasen. Probeer je eens voor te stellen hoe de woorden van jezus voor zijn leerlingen hebben geklonken. Zij wisten nog niet hoe het verhaal verder zou gaan. Wat voor effect zouden zijn woorden op hen gehad hebben? Wat voor effect hebben ze op jou?
