1Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Van de Korachieten, een psalm.
2Hoe lieflijk is uw woning,
HEER van de hemelse machten.
3Van verlangen smacht mijn ziel
naar de voorhoven van de HEER.
Mijn hart en mijn lijf roepen
om de levende God.
4Zelfs de mus vindt een huis
en de zwaluw een nest
waarin ze haar jongen neerlegt,
bij uw altaren, HEER van de hemelse machten,
mijn koning en mijn God.
5Gelukkig wie wonen in uw huis,
gedurig mogen zij U loven. sela
11Beter één dag in uw voorhoven
dan duizend dagen daarbuiten,
liever op de drempel van Gods huis
dan wonen in de tenten der goddelozen.