Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

3.7 De maaltijd te Emmaüs

Bijbeltekst(en)

Verschijningen; Jezus opgenomen in de hemel

13Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar Emmaüs, een dorp dat zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. 14Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. 15Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, 16maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze Hem niet herkenden. 17Hij vroeg hun: ‘Waar lopen jullie toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan. 18Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent U dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ 19Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. 20Onze hogepriesters en leiders hebben Hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. 21Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. 22Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, 23vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen vertellen dat er engelen aan hen waren verschenen, die zeiden dat Hij leeft. 24Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’ 25Toen zei Hij tegen hen: ‘Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat jullie niet geloven in alles wat de profeten gezegd hebben? 26Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ 27Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de Profeten.

28Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof Hij verder wilde reizen. 29Maar ze drongen er sterk bij Hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging met hen mee en bleef bij hen. 30Toen Hij met hen aanlag voor de maaltijd, nam Hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. 31Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem. Maar Hij werd onttrokken aan hun blik. 32Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ 33Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, 34die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en Hij is aan Simon verschenen!’ 35De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Lucas 24:13-35NBV21Open in de Bijbel

Schilderij
Rembrandt kiest hier niet het meest gebruikelijke moment van de maaltijd te Emmaüs, namelijk het breken en zegenen van het brood door Christus, waaraan zijn leerlingen hem herkennen. In plaats daarvan focust hij op de reacties van de leerlingen. Christus zit rechts met de rug tegen de muur naast de tafel. Achter zijn lichaam is een lichtbron verscholen, zodat hij door een halo lijkt te zijn omgeven. Zijn profiel verschijnt als majestueuze schaduw, wat zijn status als herrezene benadrukt.
Het midden van de voorstelling is weggelegd voor de leerlingen. Degene op de voorgrond heeft zijn stoel laten omvallen toen hij in aanbidding voor Christus op zijn knieën viel. Doordat hij voor de tafel wegduikt, geeft hij vrij zicht op de centraal in het midden afgebeelde andere leerling. Hij heeft opgeheven handen en zijn bovenlichaam helt van Christus weg, terwijl zijn gezichtsuitdrukking het midden houdt tussen schrik, angst, ongeloof en herkenning. Rembrandt biedt een studie naar heftige emoties die met deze wonderbaarlijke ontmoeting gepaard gaan.
Links op de achtergrond is een derde persoon bezig met voorbereidingen voor de maaltijd. Het hele gebeuren lijkt aan haar met haar dagelijkse bezigheden voorbij te gaan. Compositorisch is deze scène met haar eigen lichtbron de tegenhanger van de stralende verschijning van Christus.

Bijbel
Ontgoocheld lopen de twee leerlingen van Jezus terug naar Emmaüs. Lange tijd dachten ze dat Jezus degene zou zijn die Israël zou bevrijden. Het tegendeel blijkt echter waar: de Romeinen hebben hem gekruisigd en hij is gestorven. Zo hebben de Romeinen dat al vaker gedaan met mensen (rebellen) die pretendeerden de nieuwe koning te zijn in plaats van gehoorzaam te zijn aan de keizer in Rome.
Deze twee ‘Emmaüs-gangers’ zijn hierover met elkaar in gesprek als Jezus bij hun wandeling aansluit. Ze herkennen hem in eerste instantie niet en zijn verbaasd dat deze vreemdeling geen idee heeft wat er de afgelopen dagen allemaal gebeurd is in Jeruzalem. Een korte uitleg van de gebeurtenissen volgt. Jezus vraagt hun vervolgens of ze eigenlijk wel goed hebben geluisterd en gelezen: moest dit juist allemaal niet precies zo gebeuren?
Ze naderen een kruispunt en Jezus doet alsof hij wil doorreizen. De twee leerlingen nodigen Jezus echter uit voor een maaltijd, welke hij aanneemt. Als ze dan aan tafel zitten, neemt Jezus het brood, spreekt het zegengebed uit, breekt het brood en geeft het hun. Plots is daar dan het moment dat ze zich realiseren dat ze hier met Jezus te maken hebben: ‘Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem.’ Met verbazing moeten ze naar hem gekeken hebben. Enkele uren geleden liepen ze nog gedesillusioneerd terug naar huis en hadden ze de hoop opgegeven. Nu zien ze ineens Jezus en brandt het vuur weer in hun hart.
Van de twee Emmaüs-gangers weten we dat één een man is (Kleopas), maar van de ander weten we niet wie het is. Ook weten we niet of het een man of vrouw is. Wellicht beeldt Rembrandt hierom ook de ene leerling duidelijk zichtbaar af en de andere niet.

Dit was de laatste aflevering van het leesplan over Rembrandt-en-de-Bijbel. Wij zouden het erg waarderen als je ons laat weten wat je er van vond.
Wil je verder lezen? Misschien is dit wat voor je:

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons