Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

2.1 Abraham onthaalt de engelen

Bijbeltekst(en)

Sodom en Gomorra

1De HEER verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent. 2Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep 3en zei: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. 4Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen. Maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. 5Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?’ Zij antwoordden: ‘Dat is goed, ga uw gang.’

6Abraham haastte zich naar de tent, naar Sara. ‘Vlug,’ zei hij, ‘drie schepel fijn meel! Maak deeg en bak brood.’ 7Daarna snelde hij naar de kudde, zocht een mooi kalf uit dat er mals uitzag, en gaf dat aan een knecht, die het onmiddellijk klaarmaakte. 8Hij haalde boter en melk, nam het gebraden kalf en zette alles aan zijn gasten voor. Terwijl zij aten, bleef hij bij hen staan onder de boom.

9‘Waar is Sara, uw vrouw?’ vroegen zij hem. ‘Daar, in de tent,’ antwoordde hij. 10Toen zei een van hen: ‘Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben.’ Sara, die in de ingang van de tent stond, achter de man, hoorde dat. 11Nu waren Abraham en zij op hoge leeftijd gekomen en de jaren dat een vrouw vruchtbaar is, lagen al ver achter haar. 12Daarom lachte ze in zichzelf. Zou een zwangerschap voor mij dan nog weggelegd zijn? dacht ze. Ik ben immers verwelkt, en ook mijn man is al oud. 13Toen vroeg de HEER aan Abraham: ‘Waarom lacht Sara, waarom vraagt ze zich af of ze op haar leeftijd nog wel een kind ter wereld kan brengen? 14Is ook maar iets voor de HEER onmogelijk? Op de vastgestelde tijd, over precies een jaar, kom Ik bij je terug en dan heeft Sara een zoon.’ 15Geschrokken ontkende Sara: ‘Ik heb niet gelachen.’ Maar Hij zei: ‘Ja, je hebt wel gelachen.’

Genesis 18:1-15NBV21Open in de Bijbel

Prent
Op een heel eerbiedwaardige manier bedient de oude Abraham de drie mannen die bij hem op bezoek zijn. Twee van hen zijn engelen, te zien aan de vleugels die ze dragen. De derde bezoeker lijkt sterk op het traditionele beeld van de oude wijze God met lange witte baard. Over het uiterlijk van de verschijning van de drie bezoekers is de Bijbeltekst niet eenduidig: ‘de Heer verscheen aan Abraham’, … ‘hij zag drie mannen staan’, waarbij het begrip dat hiervoor in de Hebreeuwse tekst wordt gebruikt, verwijst naar hun functie als ‘boodschapper’. In de traditionele iconografie worden deze drie mannen als engelen met vleugels afgebeeld, in navolging van de Latijnse Bijbeltekst.
Rembrandt maakt hier gebruik van een Indiaas voorbeeld dat hij kort daarvoor heeft gekopieerd : een mogul-tekening van vier mannen onder een boom rondom een dienblad. Vooral de verschijning van de woordvoerder lijkt sterk op de oude tekening. Maar vooral voegt Rembrandt ook een verwijzing naar de inhoud van hun boodschap toe: Abraham en zijn in de deuropening meeluisterende vrouw Sara krijgen te horen dat ze alsnog een eigen zoon zullen krijgen, Isaak. De zoon die al in huis is, Ismael, zal ook wel veel nakomelingen hebben, maar Gods verbond zal hij voortzetten met Isaak. Het jongetje Ismael, dat hiermee op een zijspoor van de Bijbelse geschiedenis wordt gezet, is zich van niets bewust; hij speelt op de achtergrond met pijl-en-boog. Zijn rug is naar de hoofdscène gekeerd, of omgekeerd: de hoofdrolspelers draaien hem hun rug toe.

Bijbel
Het verhaal over Abraham die bezoekt krijgt van drie mannen is een mooi voorbeeld van de Hebreeuwse vertelkunst. Aan het begin van het verhaal geeft de schrijver ons de volgende informatie: ‘De HEER verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre.’ Hoog bezoek dus! En als je weet dat je zulk bezoek krijgt, wil je alles goed doen en geen fouten maken. Abraham, de hoofdpersoon van ons verhaal, weet echter juist niet dat het God is die bij hem op bezoek komt. Hij zit gewoon in de ingang van zijn tent op het heetst van de dag, wat betekent dat hij waarschijnlijk net een siësta wil gaan houden. Plots ziet hij drie mannen. Ondanks dat hij niet weet dat het God zelf is die op bezoek komt, doet hij alles goed. Hij rent naar de mannen toe en buigt diep voor hen, als teken van diep respect en eerbied. Het Hebreeuwse woord voor ‘buigen’ kan zowel buigen als aanbidden betekenen – allebei van toepassing op God. Hij spreekt zijn gasten aan met ‘Heer’ en serveert hun gerechten die voldoen aan hoe in de Joodse cultuur offers gebracht werden aan God. Oftewel, aan alles zie en merk je dat Abraham een toonbeeld is van hartelijke gastvrijheid en diep respect voor zijn gasten: alsof hij iedere gast telkens als God zelf ontvangt.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.6
Volg ons