Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Volg de ster – David | 15 december 2019

Bijbeltekst(en)

2 Samuel 7

8Welnu, zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden. 9Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, Ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld. Nu zal Ik je naam vestigen als een van de groten der aarde. 10Ik zal aan mijn volk Israël een gebied toewijzen. Daar zal Ik het planten en daar kan het onbevreesd wonen. Het zal niet langer door misdadige volken onderdrukt worden, zoals toen het er pas woonde 11en Ik rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Jou zal Ik rust geven door je van je vijanden te verlossen. De HEER zegt je dat Hij voor jou een huis zal bouwen:

2 Samuel 7:8-11NBV21Open in de Bijbel

2 Samuel 7

17Natan bracht alles wat hij had gezien en gehoord aan David over. 18Koning David ging het heiligdom binnen, nam plaats voor de HEER en bad: ‘Wie ben ik, HEER, mijn God, wat is mijn familie, dat U mij zo ver hebt gebracht? 19En alsof dat nog niet genoeg was, HEER, mijn God, hebt U ook gesproken over de toekomst van mijn koningshuis. Moge dit de mensheid tot wet worden gesteld, HEER, mijn God.

2 Samuel 7:17-19NBV21Open in de Bijbel

David is misschien wel de bekendste voorouder van Jezus. De tekst van vandaag volgt op een aantal verhalen waarin Davids koningschap van steeds meer bevestigd wordt. Nadat hij koning is geworden van alle stammen van Israël, verovert hij een deel van Jeruzalem. Hij brengt de heilige kist met de tien belangrijkste regels van God naar Jeruzalem en plaatst de kist daar in een tent. Maar het verschil tussen deze bescheiden huisvesting van en zijn eigen paleis stoort David. Hij besluit om een tempel te bouwen.
Op dat moment spreekt God tegen de profeet Natan. Eerst moet Natan tegen David zeggen dat hij geen tempel voor God hoeft te bouwen – dat zal Davids zoon Salomo later doen. Daarna krijgt David de belofte die we vandaag lezen: er zal altijd iemand uit zijn familie koning zijn.
In latere teksten krijgt de belofte een bredere betekenis. Uiteindelijk zal God weer zorgen voor een koning uit de familie van David. Niet alleen in politieke zin, maar een koning die voor recht en vrede zal zorgen en over de hele aarde zal heersen (bijvoorbeeld Jesaja 11:1-10). In de geslachtslijst van Jezus in Matteüs 1 krijgt David als enige de titel ‘koning’. Juist door die titel bij alle tussenliggende namen weg te laten, onderstreept Matteüs dat de nieuwe koning die de wijzen zoeken de echte erfgenaam van koning David is. In hem komt Gods belofte helemaal tot vervulling.

Vraag:
Welke woorden uit Gods belofte aan David raken jou het meest? Wat hebben deze woorden voor jou met Kerst te maken?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.42.3
Volg ons