Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Samuel maakt Saul koning – 23 februari

Bijbeltekst(en)

1 Samuel 9

15Een dag voor de komst van Saul had de HEER aan Samuel bekendgemaakt: 16‘Morgen om deze tijd stuur Ik je een man uit Benjamin. Hem zul je zalven tot vorst over mijn volk Israël. Hij zal mijn volk bevrijden uit de greep van de Filistijnen, want Ik heb me hun lot aangetrokken en hun roep om hulp gehoord.’ 17Zodra Samuel Saul zag, liet de HEER hem weten: ‘Dit is nu de man over wie Ik je gezegd heb: “Hij zal mijn volk beteugelen.”’

1 Samuel 9:15-17NBV21Open in de Bijbel

1 Samuel 9

26De volgende morgen, bij het krieken van de dag, riep Samuel naar Saul op het dak: ‘Sta op, ik zal u uitgeleide doen.’ Samen met Samuel ging Saul naar buiten. 27Toen ze vanaf de stad naar beneden liepen, zei Samuel tegen Saul: ‘Zeg tegen uw knecht dat hij vast vooruitgaat.’ Toen de knecht hun een eind vooruit was, zei Samuel: ‘Blijft u nog even staan, dan zal ik u vertellen wat God met u voorheeft.’

1 Samuel 10

1Hij goot een kruikje olie over Sauls hoofd uit, kuste hem en zei: ‘Hierbij zalft de HEER u tot vorst over het volk dat Hem toebehoort.’
1 Samuel 9:26-10:1NBV21Open in de Bijbel

1 Samuel 10

Saul door Israël tot koning uitgeroepen

17Samuel riep het volk op om zich in Mispa voor de HEER te verzamelen. 18Daar sprak hij de Israëlieten als volgt toe: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik ben het die jullie uit Egypte heeft geleid. Ik heb jullie bevrijd uit de greep van Egypte en alle andere koninkrijken die jullie onderdrukten. 19Maar nu hebben jullie je God, die jullie steeds uit alle rampspoed en ellende heeft gered, verworpen en vragen jullie Hem of Hij een koning over jullie aanstelt. Welnu, stel je op voor de HEER per stam en per familie.’ 20Samuel liet de stammen van Israël aantreden en het lot viel op de stam Benjamin. 21Vervolgens liet hij de families van de stam Benjamin aantreden en het lot viel op de familie van Matri. Uiteindelijk viel het lot op Saul, de zoon van Kis. Ze gingen naar hem op zoek, maar ze konden hem niet vinden. 22Daarom raadpleegden ze nogmaals de HEER: ‘Waar is de man die ontbreekt?’ ‘Daar is hij,’ zei de HEER. ‘Hij houdt zich schuil tussen de bagage.’ 23Ze renden op hem af en haalden hem tevoorschijn. Toen hij tussen het volk stond, stak hij met kop en schouders boven iedereen uit. 24Samuel zei tegen de Israëlieten: ‘Ziet u wat voor iemand de HEER gekozen heeft? In heel het volk is er geen tweede als hij!’ En het volk juichte en riep: ‘Leve de koning!’

1 Samuel 10:17-24NBV21Open in de Bijbel

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.44.0
Volg ons