1In het begin schiep God de hemel en de aarde.2De aarde was woest en doods, duisternis lag over de oervloed, en over het water zweefde Gods geest.
3God zei: ‘Laat er licht zijn,’ en er was licht. 4God zag dat het licht goed was, en Hij scheidde het licht van de duisternis; 5het licht noemde Hij dag, de duisternis noemde Hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.