Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Lied in het dal

Bijbeltekst(en)

Tweede boek

1Voor de koorleider. Een kunstig lied van de Korachieten.

2Zoals een hinde smacht

naar stromend water,

zo smacht mijn ziel

naar U, o God.

3Mijn ziel dorst naar God,

naar de levende God,

wanneer mag ik nader komen

en voor God verschijnen?

4Tranen zijn mijn brood,

bij dag en bij nacht,

want heel de dag hoor ik zeggen:

‘Waar is dan je God?’

5Weemoed vervult mijn ziel

nu ik mij herinner hoe

ik meeliep in een dichte stoet

en optrok naar het huis van God –

een feestende menigte,

juichend en lovend.

6Wat ben je bedroefd, mijn ziel,

en onrustig in mij.

Vestig je hoop op God,

eens zal ik Hem weer loven,

mijn God, die mij ziet en redt.

7Mijn ziel is bedroefd,

daarom denk ik aan U,

hier in het land van de Jordaan,

bij de Hermon, op de top van de Misar.

8De roep van vloed naar vloed,

de stem van uw waterstromen –

al uw golven slaan

zwaar over mij heen.

9Overdag bewijst de HEER mij zijn liefde,

’s nachts klinkt een lied in mij op,

een gebed tot de God van mijn leven.

10Tot God, mijn rots, wil ik zeggen:

‘Waarom vergeet U mij,

waarom ga ik gehuld in het zwart,

door de vijand geplaagd?’

11Mij gaat door merg en been

de hoon van mijn belagers,

want ze zeggen heel de dag:

‘Waar is dan je God?’

12Wat ben je bedroefd, mijn ziel,

en onrustig in mij.

Vestig je hoop op God,

eens zal ik Hem weer loven,

mijn God, die mij ziet en redt.

Psalmen 42NBV21Open in de Bijbel

1Verschaf mij recht, o God,

vecht voor mijn zaak.

Bescherm mij tegen

een liefdeloos volk, vol list en bedrog.

2U bent toch mijn God, mijn toevlucht,

waarom wijst U mij af,

waarom ga ik gehuld in het zwart,

door de vijand geplaagd?

3Zend uw licht en uw waarheid,

laten zij mij geleiden

en brengen naar uw heilige berg,

naar de plaats waar U woont.

4Dan zal ik naderen tot het altaar van God,

tot God, mijn hoogste vreugde.

Dan zal ik U loven bij de lier,

God, mijn God.

5Wat ben je bedroefd, mijn ziel,

en onrustig in mij.

Vestig je hoop op God,

eens zal ik Hem weer loven,

mijn God, die mij ziet en redt.

Psalmen 43NBV21Open in de Bijbel

Diepe dalen – ze zijn meer onderdeel van het leven dan we zouden willen. De Bijbel staat vol met verhalen van mensen die zich door ziekte, verdrukking en dalen heen moeten worstelen. Die schreeuwen naar de hemel, vaak zonder een antwoord te krijgen.

Het dal wordt vaak gelinkt aan de afstand van God. Welke rol heeft aanbidding dan in het dal? Bij lofprijzing en aanbidding denken we vaak aan dankbaarheid en blijdschap. Maar hoe kunnen we blijven zingen wanneer alles om ons heen donker wordt, wanneer God ver weg voelt?

Zelf kreeg ik in 2018, direct na een burn-out van een jaar, plotseling een acute leverafstoting. Het dal werd nog iets dieper. Ik moest binnen twee weken worden getransplanteerd, anders zou ik sterven.
Daar, in die pijn en in dat donkere dal, vroeg ik aan God: ‘Waar bent U nu? Waarom grijpt U niet in?’ Door het donkere dal dacht ik dat God niet meer bij me was, dat Hij niet meer voor me zorgde.

Ik wil vandaag een prachtige psalm met je delen, met het mooiste refrein dat ik ooit heb gehoord. Het vertelt ons waarom aanbidding zo belangrijk is. Want de schrijver van deze psalm zit naar eigen zeggen in een dal van ballingschap, waardoor hij zich ver verwijderd voelt van God. Hij is moedeloos en verlangt ernaar dat God ingrijpt. Maar er verandert niets.

Dan komt dit bijzondere refrein in vers 6, dat zich daarna nog twee keer herhaalt.
Midden in het dal begint de schrijver zijn eigen ziel toe te spreken. Hij maakt de keuze om naar boven te kijken, omdat hij weet dat alleen daar zijn hulp vandaan komt. Ondanks alle tegenslag looft en prijst hij God in dit refrein: ‘Vestig je hoop op God’ en ‘mijn God die mij ziet en redt’.

In mijn ziekteproces was het ook de keuze om te zingen die mijn blik op God en mijn leven volledig veranderde. Voor het eerst zag ik dat een voorspoedig leven niet altijd de bergtop is. In het dal had ik God harder nodig dan ooit, en pas daardoor werd ik echt afhankelijk van Hem. Het bracht mij dichter bij mijn Maker omdat ik mijn hart niet meer kon afschermen achter een muur van perfectie en controle.

Aanbidden in het dal is jezelf herinneren aan wie God is en aan wat Hij heeft gedaan. Daar wordt ons lied noodzakelijker dan ooit, omdat we dan zien dat God nooit ver weg is. Dat God het dal niet altijd effent, maar er wel met ons doorheen gaat.

De schrijver van deze psalm laat zien dat aanbidding niet alleen dient om uiting te geven aan dankbaarheid, maar ook om onze eigen ziel toe te spreken. Vestig je hoop op God! Hij is de God die je ziet en redt. De God van trouw, die je nooit zal verlaten.

Misschien is het dal de enige plek waar we de weg omhoog goed kunnen zien.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.16
Volg ons