STAP 2 - Leven na de dood


Bijbeltekst(en)
Psalmen 6
David is bang is om te sterven. In het land van de doden kan hij niet meer voor God zingen. Wat zegt de Bijbel eigenlijk over hoe het leven na de dood eruitziet?
Aan het begin van de schepping is er nog geen dood. Het is niet Gods bedoeling dat mensen doodgaan. In de tuin van Eden waarschuwt God Adam en Eva dat zij niet mogen zondigen. Kiezen voor een leven zonder God betekent sterven (Genesis 2:16-17).
Later, na de zondeval, lijkt de dood iets wat nou eenmaal bij het leven hoort. In de tijd van het Oude Testament geloofden de mensen dat de doden naar het dodenrijk gaan, de sjeol. Het is een plek zonder vreugde, een soort schaduwwereld, waar geen contact met God is (Jesaja 14:9). Het Nieuwe Testament beschrijft het dodenrijk als hades, een soort gevangenis met poorten waarvan Jezus de sleutels heeft gekregen toen Hij stierf en opstond uit de dood (Openbaring 1:18). Wie in zonde leefde komt in de gehenna (Matteüs 5:22). Deze naam komt van het Hinnomdal bij Jeruzalem, waar in een ver verleden kinderen werden geofferd aan afgoden. Dit is iets wat God streng verboden had. Het leven zonder God is dus als het leven in het Hinnomdal.
Het dodenrijk wordt geschetst als iets tijdelijks. De doden wachten tot Jezus terugkomt. Dan wordt bepaald wie bij God hoort en wie niet, en wordt alles anders. De dood en het dodenrijk worden vernietigd en Gods eeuwige wereld begint (Openbaring 20:14-15).
Hoe zie jij het leven na de dood voor je? Waarom denk je dat?
