Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

STAP 2 - Leven na de dood

Bijbeltekst(en)

Psalmen 6

1Voor de koorleider. Bij snarenspel, op de wijs van De achtste. Een psalm van David.

2HEER, straf mij niet in uw woede,

tuchtig mij niet in uw toorn.

3Heb erbarmen, HEER, want ik kwijn weg.

Genees mij, HEER, ik ben doodsbang,

4ik vrees voor mijn leven.

Hoe lang, HEER, moet ik nog wachten?

5Keer terug, HEER, spaar toch mijn leven,

toon mij uw trouw en red mij.

6Want doden noemen uw naam niet meer,

wie in het dodenrijk kan U nog loven?

7Moe ben ik van zuchten,

elke nacht is mijn kussen nat,

mijn bed doorweekt van tranen.

8Mijn ogen zijn gezwollen van verdriet,

dof door alles wat mij benauwt.

9Weg van mij, kwaadwilligen!

De HEER hoort hoe luid ik ween,

10de HEER hoort mijn roep om erbarmen,

de HEER neemt mijn smeekbede aan.

11Beschaamd en doodsbang keren mijn vijanden om,

in een oogwenk met schande bedekt.

Psalmen 6:1-11NBV21Open in de Bijbel

David is bang is om te sterven. In het land van de doden kan hij niet meer voor God zingen. Wat zegt de Bijbel eigenlijk over hoe het leven na de dood eruitziet?

Aan het begin van de schepping is er nog geen dood. Het is niet Gods bedoeling dat mensen doodgaan. In de tuin van Eden waarschuwt God Adam en Eva dat zij niet mogen zondigen. Kiezen voor een leven zonder God betekent sterven (Genesis 2:16-17).

Later, na de zondeval, lijkt de dood iets wat nou eenmaal bij het leven hoort. In de tijd van het Oude Testament geloofden de mensen dat de doden naar het dodenrijk gaan, de sjeol. Het is een plek zonder vreugde, een soort schaduwwereld, waar geen contact met God is (Jesaja 14:9). Het Nieuwe Testament beschrijft het dodenrijk als hades, een soort gevangenis met poorten waarvan Jezus de sleutels heeft gekregen toen Hij stierf en opstond uit de dood (Openbaring 1:18). Wie in zonde leefde komt in de gehenna (Matteüs 5:22). Deze naam komt van het Hinnomdal bij Jeruzalem, waar in een ver verleden kinderen werden geofferd aan afgoden. Dit is iets wat God streng verboden had. Het leven zonder God is dus als het leven in het Hinnomdal.

Het dodenrijk wordt geschetst als iets tijdelijks. De doden wachten tot Jezus terugkomt. Dan wordt bepaald wie bij God hoort en wie niet, en wordt alles anders. De dood en het dodenrijk worden vernietigd en Gods eeuwige wereld begint (Openbaring 20:14-15).

Hoe zie jij het leven na de dood voor je? Waarom denk je dat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons