Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

STAP 4 - Iets aan God voorleggen

Bijbeltekst(en)

Handelingen 4

Gebed van de leerlingen

23Nadat Petrus en Johannes waren vrijgelaten, gingen ze naar de leerlingen en vertelden alles wat de hogepriesters en de oudsten hadden gezegd. 24Toen de leerlingen dat hoorden, riepen ze God eensgezind aan met de woorden: ‘Heer, U hebt de hemel en de aarde en de zee geschapen en alles wat daar leeft, 25U hebt door de heilige Geest, bij monde van onze voorvader David, uw dienaar, gezegd:

“Waarom snoeven de volken

en beramen de volksstammen zinloze plannen?

26De koningen van de aarde zijn aangetreden

en de heersers spannen samen

tegen de Heer en zijn gezalfde.”

27Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen Jezus, uw heilige dienaar, die door U is gezalfd: Herodes, Pontius Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël, 28om datgene te doen waarvan U had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren. 29Welnu, Heer, sla ook nu acht op hun dreigementen en stel ons, uw dienaren, in staat om vrijmoedig uw boodschap te verkondigen 30door ons bij te staan, zodat zieken genezing vinden en er tekenen en wonderen gebeuren in de naam van Jezus, uw heilige dienaar.’ 31Toen ze hun gebed beëindigd hadden, begon de plaats waar ze bijeen waren te beven, en allen werden vervuld van de heilige Geest en verkondigden de boodschap van God vrijmoedig.

Handelingen 4:23-31NBV21Open in de Bijbel

In het boek Handelingen vind je verhalen over hoe het verderging met de leerlingen van Jezus nadat Hij was opgestaan uit de dood en naar de hemel was gegaan. En je leest hoe andere mensen Jezus gaan volgen. Handelingen 3 vertelt over Petrus en Johannes die namens Jezus een verlamde man genezen. God werkt dus net zo door hen heen als ze bij Jezus hadden gezien. Daar waren de Joodse leiders niet blij mee, want die waren juist opgelucht dat ze van Jezus af waren … Ze verbieden Petrus en Johannes om over Jezus te praten.

Dat kunnen we niet, zeggen die twee (Handelingen 4:19-20). Over Jezus zwijgen wij nooit! Dat klinkt heel dapper, maar de discussie met de Joodse leiders gaat ze toch niet in de koude kleren zitten. Als ze bij de andere gelovigen komen, gaan ze dringend tot God bidden en leggen alles aan Hem voor. En dan merken ze dat God bij hen is: de plaats waar ze zijn begint te schudden en de heilige Geest komt in hun hart. Daardoor kunnen ze zonder angst over Jezus vertellen.

God steunt dus mensen die met Hem delen wat er in hun hart leeft. Hij leidt je op de weg die goed voor je is en die Hem alle eer geeft. In dit geval hoefden de gelovigen niet te vragen: ‘Zou God wel willen dat we over Jezus praten of niet?’ De Geest van God woont in hun hart en dan kunnen ze niet zwijgen over Jezus.

Wanneer bid jij?
Nemen Petrus en Johannes niet te veel risico door wel over Jezus te blijven praten?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons