STAP 4 - Iets aan God voorleggen


Bijbeltekst(en)
Handelingen 4
Gebed van de leerlingen
In het boek Handelingen vind je verhalen over hoe het verderging met de leerlingen van Jezus nadat Hij was opgestaan uit de dood en naar de hemel was gegaan. En je leest hoe andere mensen Jezus gaan volgen. Handelingen 3 vertelt over Petrus en Johannes die namens Jezus een verlamde man genezen. God werkt dus net zo door hen heen als ze bij Jezus hadden gezien. Daar waren de Joodse leiders niet blij mee, want die waren juist opgelucht dat ze van Jezus af waren … Ze verbieden Petrus en Johannes om over Jezus te praten.
Dat kunnen we niet, zeggen die twee (Handelingen 4:19-20). Over Jezus zwijgen wij nooit! Dat klinkt heel dapper, maar de discussie met de Joodse leiders gaat ze toch niet in de koude kleren zitten. Als ze bij de andere gelovigen komen, gaan ze dringend tot God bidden en leggen alles aan Hem voor. En dan merken ze dat God bij hen is: de plaats waar ze zijn begint te schudden en de heilige Geest komt in hun hart. Daardoor kunnen ze zonder angst over Jezus vertellen.
God steunt dus mensen die met Hem delen wat er in hun hart leeft. Hij leidt je op de weg die goed voor je is en die Hem alle eer geeft. In dit geval hoefden de gelovigen niet te vragen: ‘Zou God wel willen dat we over Jezus praten of niet?’ De Geest van God woont in hun hart en dan kunnen ze niet zwijgen over Jezus.
Wanneer bid jij?
Nemen Petrus en Johannes niet te veel risico door wel over Jezus te blijven praten?
