Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

STAP 2 - Hoe sprak God in het verleden?

Bijbeltekst(en)

Hebreeën 11

Voorbeeldig geloof

1Geloof is de zekerheid dat alles waarop we hopen werkelijkheid wordt, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. 2Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen. 3Door geloof komen we tot het inzicht dat het heelal door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare.

4Door zijn geloof had het offer dat Abel aan God bracht meer waarde dan dat van Kaïn. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige – God zelf liet zich prijzend uit over zijn gaven –, en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven. 5Door zijn geloof werd Henoch naar elders overgebracht, om niet te hoeven sterven; hij werd niet meer gevonden, omdat God hem had weggenomen. Hij stond immers al vóór zijn opneming bekend als iemand die God welgevallig was. 6Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie Hem wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat en dat Hij beloont wie Hem zoeken. 7Door zijn geloof bouwde Noach, toen God hem een aanwijzing had gegeven over wat er stond te gebeuren maar nog voor niemand zichtbaar was, vol ontzag een ark om zijn familie te redden. Zo veroordeelde hij de wereld en viel de gerechtigheid die voortkomt uit geloof hem als erfenis ten deel.

8Door zijn geloof ging Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam op weg naar een plaats die hij als erfenis zou ontvangen, en hij ging op weg zonder te weten waarheen. 9Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten 10omdat hij uitzag naar de stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd. 11Door haar geloof ontving ook Sara, hoewel ze onvruchtbaar was gebleven en niet meer in de bloei van haar leven was, de kracht om een kind voort te brengen, en wel omdat ze vertrouwde op degene die de belofte had gedaan. 12Zo bracht één man, wiens kracht al gestorven was, ontelbaar veel nakomelingen voort, zo veel als er sterren aan de hemel zijn en zand op het strand langs de zee.

Hebreeën 11:1-12NBV21Open in de Bijbel

Wij zijn soms vooral bezig met hoe God nu tot ons spreekt. Daar is niks mis mee, maar als je de Bijbel leest, kom je veel te weten over hoe God vroeger sprak. Daardoor leer je Hem steeds meer te vertrouwen: zoals Hij vroeger zijn beloften hield, zo doet Hij dat nu nog.

In Hebreeën 11 staat allereerst dat God de wereld heeft geschapen. Dat mag je geloven! In vers 3 staat dat Hij de wereld schiep door zijn woorden. In Genesis 1:3 staat immers: ‘God zei: “laat er licht zijn,” en er was licht.’ En zo gaat het scheppingsverhaal verder: ‘God zei … Zo gebeurde het.’ Gods woorden brengen dingen tot stand. Door te spreken geeft Hij als het ware een bevel: laat er dit of dat gebeuren. Zo heeft God de hele werkelijkheid geschapen, inclusief de mensen.

En met die mensen wil Hij een relatie hebben. Het Oude Testament staat vol met verhalen van mensen die in God geloofden, die Hem vertrouwden. Noach bijvoorbeeld, en Abraham. Dat betekende niet dat die mensen God elke dag hoorden spreken. Maar in grote lijnen leidde Hij wel hun leven en gaf daar aanwijzingen voor. En wat Hij hun beloofde, gebeurde ook.

Lees de rest van Hebreeën 11 ook. Welke verhalen ken je en wat spreekt je daarin aan?
God belooft ooit een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te maken. Wat betekent dat voor ons leven nu, hier op deze aarde?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons