Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Hogere dierkunde 

Bijbeltekst(en)

15Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de beelden die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring. 16Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring: 17“Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. 18Daarna zullen de heiligen van de Allerhoogste het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden – voor eeuwig en altijd.” 19Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte; 20en de betekenis van de tien hoorns op zijn kop en van de nieuwe hoorn die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken – de hoorn met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere. 21Ik had immers gezien hoe die hoorn strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon, 22totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de allerhoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen. 23Hij zei: “Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen. 24Die tien hoorns duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen. 25Hij zal een grote mond opzetten tegen de allerhoogste God, en de heiligen van de Allerhoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feestdagen en hun wet te veranderen, en zij zullen aan hem overgeleverd zijn voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd. 26Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden. 27Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Hun koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hen dienen en gehoorzamen.”

28Hier eindigt mijn verslag. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik bewaarde wat ik gezien had in mijn hart.’

Daniël 7:15-28NBV21Open in de Bijbel

De tweede helft van Daniël is een apocalyptisch boek. Apocalyps komt van het Griekse woord apokalypsis en betekent: bekendmaken wat verborgen is.
Daniël begrijpt nu wat zijn droom betekent: uiteindelijk zal God ingrijpen in het leed dat het volk overkomt.
Voor de Joden in de tweede eeuw voor Christus, toen dit boek geschreven werd, was het duidelijk dat die vreselijke koning Antiochus IV was. Maar na een tijd (1 + 2 + 0,5) van 3,5 jaar zou deze wrede heerser overwonnen worden. Deze periode van 3,5 jaar komt ongeveer overeen met de duur van de onderdrukking van de Joodse godsdienst door deze Antiochus.

Daniël kent nu de betekenis van zijn droom. Heb jij weleens een droom gehad die iets voor je betekende?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons